Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nooit`

  1. aan je nooit niet (=geen sprake van)
  2. aan mijn nooit niet (=geen sprake van)
  3. als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. (=wat je ook doet, als je in de lage stand geboren bent zul jij nooit van de hoge stand worden.)
  4. beter laat dan nooit. (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  5. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen. (=dat is al te gek.)
  6. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd.)
  7. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  8. een ongeluk komt zelden/nooit alleen. (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis.)
  9. er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden. (=je kunt het niet iedereen naar de zin maken.)
  10. je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt (=je weet nooit hoe het onmogelijke toch waar wordt)
  11. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)
  12. je weet nooit hoe een koe een haas vangt. (=het kan altijd wel eens lukken)
  13. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  14. men is nooit te oud om te leren (=men kan altijd nog bijleren)
  15. men kan niet weten hoe een koe een haas vangt. / Men weet nooit hoe een koe een haas vangt. (=op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  16. men weet nooit hoe een koe een haas vangt (=je weet nooit of het onmogelijke toch niet waar zou kunnen worden)
  17. nooit troef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
  18. uitstel is geen afstel. als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen (=)
  19. wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  20. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)

40 betekenissen bevatten `nooit`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest. (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. van uitstel komt afstel. (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt.)
  3. niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  4. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  5. dat staat niet in zijn woordenboek. (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord.)
  6. het bloed kruipt waar het niet gaan kan (=de aard verloochent zich nooit)
  7. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  8. sisyphusarbeid zijn (=een karwei dat nooit af komt/afkomen kan)
  9. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  10. zolang er leven is, is er hoop. (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
  11. gestolen goed gedijt niet. (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
  12. beter laat dan nooit. (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  13. wat de vos niet weet, weet de haas ook niet. (=het is moeilijk iets te weten als het je nooit verteld is)
  14. de wolf ruit wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  15. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  16. zijn hoed zit altijd op zijn hoofd. (=hij groet nooit iemand.)
  17. hij zal het wel betalen als de paus geus wordt (=hij zal het nooit betalen)
  18. het kruis nageven (=hopen dat hij vooral nooit meer weerkomt)
  19. het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
  20. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  21. jantje contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
  22. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  23. wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
  24. je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt (=je weet nooit hoe het onmogelijke toch waar wordt)
  25. men weet nooit hoe een koe een haas vangt (=je weet nooit of het onmogelijke toch niet waar zou kunnen worden)
  26. men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt. (=men moet een ander nooit in de rede vallen.)
  27. geen handbreed wijken (=niet opzij gaan, nooit bang is)
  28. als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
  29. morgen als kaatje verjaart (=nooit , dat stel ik liever uit)
  30. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  31. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  32. een houten/stijve Klaas zijn (=nooit iets leuks willen)
  33. het vat der Danaïden vullen (=nooit klaar komen met het werk)
  34. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit.)
  35. iemand het heilig kruis achterna geven (=van iemand hopen dat hij nooit meer terugkomt)
  36. de tijd gaat snel, gebruik haar wel. (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken.)
  37. als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. (=wat je ook doet, als je in de lage stand geboren bent zul jij nooit van de hoge stand worden.)
  38. (goed) begonnen is half gewonnen. (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt.)
  39. die niet waagt, die niet wint (=wie nooit een risico neemt kan ook niet iets bereiken)
  40. je kunt nooit weten waar een paling kruipt (=zeg nooit nooit)

Het dialectenwoordenboek kent 166 spreekwoorden met `nooit`

  1. Antwerps: noeit ni mier (=nooit meer)
  2. Munsterbilzen - Minsters: èn de proemetijd (=nooit)
  3. Hulsters (NL): die zit nooit opur kot (=die is nooit thuis)
  4. Oudenbosch: gaartum nooit zeker (=je kon nooit van hem op aan)
  5. Eindhovens: Ge wit ooit nooit nie (=Je weet 't maar nooit)
  6. Munsterbilzen - Minsters: tès ook nauts goed ! (=je bent nooit tevreden)
  7. Werviks: een achternoeneboer (=iemand die nooit gereed is)
  8. kortemarks: je zie ze zelvn nie gêirn (=hij is nooit tevreden)
  9. Fries: better let os net (=beter laat dan nooit)
  10. Ossies: da witte oit noit (=je weet maar nooit)
  11. Sint-Niklaas: noût nie meér (=nooit meer)
  12. Munsterbilzen - Minsters: mèt sint zjuttemès (=nooit meer)
  13. Munsterbilzen - Minsters: eege stoef stink (=prijs nooit jezelf)
  14. Liemers: 'n Boer en zien zoeg hemme nooit genoeg (=Een boer en zijn zeug hebben nooit genoeg)
  15. Gronings: de abbel vaalt nooit ver vanne boom (=de appel valt nooit ver van de boom)
  16. Oudenbosch: ijis daor nooit aon uit kunne komme (=hij heeft dat nooit kunnen begrijpen)
  17. Vechtdals: 'n meanse is nooit te old umme te leern (=een mens is nooit te oud om te leren)
  18. Sint-Niklaas: da gebeur vaz(j)ulleven nie (=dat zal nooit gebeuren)
  19. Heldens: beter verlore dan noeijts gehad (=beter verloren dan nooit gehad)
  20. Zwols: een goed peerd is aver weerd (=een goede kracht is nooit te duur)
  21. Tilburgs: ge wit ôot nôot ! (=je kunt het maar nooit weten)
  22. Mestreechs: hole, dat haolste noets! (=halen, dat haal je nooit!)
  23. Kortemarks: je lopt oltn mè ne sliert achter ze gat (=hij komt nooit allen)
  24. Moes: nog nie veur nen eigen ekker (=nooit van mijn leven)
  25. Westerkwartiers: 't is niet goed, of 't deugd niet (=het is ook nooit goed)
  26. Bilzers: hae és nog nautte dieër aut gewés (=hij is nooit op reis geweest)
  27. Munsterbilzen - Minsters: wae den i (=gedraag je nooit als een dommerik)
  28. Westerkwartiers: de wonner'n benn'n de wereld nog niet uut (=men weet maar nooit)
  29. Munsterbilzen - Minsters: bau vült naut ès e kaud woëd ? (=waar is nooit eens ruzie)
  30. Westerkwartiers: die kirrel bungelt altied onneraan (=die man kan nooit meekomen)
  31. Brakels: ge ziejln't vazeleven nie klap'n (=je zult het nooit weten)
  32. Bilzers: aste van viër blifs, konste van aater nie aofvalle (=laat je nooit verrassen)
  33. Bilzers: alleen stoem minse blijve loemp (=nooit te blond om te leren)
  34. Munsterbilzen - Minsters: hang ze m (=die krijg je nooit meer schoon)
  35. Gronings: waist nooit woar de oal kroept, zee de boer, en zette de foeke in't woagenspoor. (=je weet nooit hoe gek het kan lopen)
  36. Munsterbilzen - Minsters: tgeloof ès noeë de botte (='t gaat nooit meer goed komen)
  37. Twents: Nen mooi wief is een dweijl an`n stok. (=Een mooie vrouw heb je nooit alleen.)
  38. Aalsters: noeit ni zwoigen toidens de lessen! (=nooit niet zwijgen tijdens de lessen)
  39. Bilzers: aste nog nauts get hübs gezien, mér nau kiekste mér és goed (=nog nooit vertoond spektakel !)
  40. Munsterbilzen - Minsters: van zen bèste kameraote moesset hübbe (=ik krijg wat van mensen die nooit iets schenken)
  41. Geels: nen afzoaweper (=iemand die altijd meedrinkt en nooit/zelden zelf betaalt)
  42. Munsterbilzen - Minsters: wae van gevaor hilt, ént gevaor vilt (=rij nooit sneller kan je engelbewaarder kan vliegen)
  43. Reeks: (ons mam) 'smam is noit thûs, ze is alt de hort op. (=mijn moeder is nooit thuis, ze is altijd weg)
  44. Bilzers: nauts te aad vër te leire (=sommigen zullen nooit wat leren omdat ze niets begrijpen)
  45. Achels: Vrulliehaan en peirdentaan meugen noeijt stilstoan. (=Vrouwenhanden en paardentanden mogen nooit stilstaan)
  46. Westerkwartiers: wel niet woagt, wel niet wint (=wie niets riskeert wint nooit wat)
  47. Bilzers: vae geraoke ter naut(s) aut (=daar komt nooit een oplossing voor)
  48. Bilzers: De maustig naut autkleje vür daste gees sloëpe (=Geef nooit alles weg voor je sterft)
  49. Oudenbosch: ijis in de paoterskerk gebore (=hij doet nooit de deur achter zich dicht)
  50. Veurns: Je wit nooëit oe dat e koe een oaze vangt! (=Je weet nooit hoe je gelukt hebt!)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen