Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `plaat`

  1. de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
  2. de plaat poetsen. (=ervandoor gaan. )
  3. de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
  4. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  5. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  6. een plaat voor je hoofd hebben. (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving.)
  7. een vraagteken plaatsen achter (=in twijfel trekken)
  8. geen plaatje maken (=er niet geweldig uitzien)
  9. het hart op de goede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
  10. het hart op de rechte plaats hebben (=eerlijk zijn)
  11. men moet geen oude bomen verplanten/verpoten/verplaatsen. (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
  12. op je plaat gaan. (=vallen.)
  13. opgestaan is plaats vergaan (=als je rechtstaat kan iemand anders op je stoel gaan zitten)
  14. pas op de plaats maken. (=geen voortgang maken. Geen groei of ontwikkeling doormaken.)
  15. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)

24 betekenissen bevatten `plaat`

  1. alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
  2. als je geschoren wordt, moet je stilzitten. (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan.)
  3. het land van belofte (=de plaats waar het goed toeven is)
  4. van de wal in de sloot (helpen) (=de situatie verergeren in plaats van verbeteren.)
  5. hij heeft met een zilveren (of gouden) hengel gevist (=die heeft vis gekocht in plaats van gevangen. Ook: met bedrog zijn doel bereiken)
  6. de draad van het verhaal opnemen (=het verhaal of de taak verderzetten op de plaats waar eerder gestopt was)
  7. grote vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  8. iemand iets in de mond geven (=iemand de mening van een ander laten geven in plaats van de eigen mening)
  9. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  10. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd. (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  11. beter gezegd dan gedaan (=je kan beter iets doen in plaats van niets doen)
  12. er blijft veel aan maat en strijkstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
  13. met iemand niet willen oversteken (=niet in iemands plaats willen zijn)
  14. loco citato (=op de aangehaalde plaats)
  15. aan een goed kantoor (=op de juiste plaats)
  16. aan een verkeerd kantoor (=op de verkeerde plaats)
  17. hoc loco (=op deze plaats)
  18. alles op één kaart zetten (=risico vergroten door één ding uit te kiezen in plaats van meerdere)
  19. zijn bivak opslaan (=ter plaatse blijven)
  20. het veld ruimen (=vertrekken om plaats te maken voor een ander)
  21. ruim baan maken (=voldoende plaats maken)
  22. zich als een vis in het water voelen. (=zich helemaal op zijn plaats voelen.)
  23. In iemands huid kruipen (=zich in een ander verplaatsen)
  24. sine loco et anno (=zonder opgave van plaats en jaartal)

Het dialectenwoordenboek kent 57 spreekwoorden met `plaat`

  1. Bilzers: opgeston, plaots vergon, trëggekoëme,plaots verloëre (=opgestaan, plaats vergaan, teruggekomen,plaatsverloren)
  2. Waregems: beskomd zijn in [zijn/eur/ui/ulder] ploatse (=plaatsvervangende schaamte tonen)
  3. Ninoofs: petje lap (=plaatsvervangend dooppeter)
  4. Venloos: Mukke bummele (=fictieve plaatsnaam, gebruikt als antwoord op de vraag waar men geweest is)
  5. Hoevelaoks: schuuf es een reupel op (=schuif eens een plaatsje op)
  6. Venloos: De Parade mót door de Klaosstraot (=De bevalling moet plaatsvinden)
  7. Aalsters: Smoit insj een goeie ploot op! (=Speel eens een leuke plaat!)
  8. Mestreechs: diech un plaat tikke (=een blauwtje lopen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: ne krabbel zètte (='n handtekening plaatsen)
  10. Bilzers: ich kos laaje daste nau kepot voels (=van mij mag je ter plaatse doodvallen)
  11. Roermonds: zet dich maar (=neem plaats)
  12. Munsterbilzen - Minsters: de kie wonten gehied of op den teir gehod opte bêm onder de kannedasse (=de koeien werden gehoed of plaatselijk vastgepind in de beemden onder de kanadabomen)
  13. Sint-Niklaas: annukkusnest (=wanordelijke plaats)
  14. Flakkees: plaatse windbulen (=Inwoner van Ooltgensplaat)
  15. Amsterdams: Hij hep een plaat foor s''n harses (=Hij is niet goed wijs)
  16. Mestreechs: diech un plaat tikke (=de plank mis slaan)
  17. Munsterbilzen - Minsters: draaj kèr pe daog, daaj twei viërege wos ich al vergaete (=je bent pas oud als spijt de plaatst inneemt van je dromen)
  18. Iepers: 't ist 't bakche vul (=een plaats die vol is)
  19. Tilburgs: in die kèèrek is plòts genogt (=in die kerk is genoeg plaats)
  20. Amsterdams: Hij hep een plaat foor s'n kanus (=Hij is van lotje getikt. Hij is niet goed wijs)
  21. Diesters: doar es sjuseke nog ni geweest (=afgelegen plaats)
  22. Waregems: zet da wig (=plaats dat uit het zicht)
  23. Brakels: zijn zoaleggiet geev'n (=iemand scheldend op zijn plaats zetten)
  24. Waregems: ten iptelle (vb. nog 2 stoeln ten iptelle) (=op 't laatste nog bij te zetten/plaatsen)
  25. Westerkwartiers: zij holt de troev'm ien hand'n (=zij houdt de beste plaatsen voor zich)
  26. Munsterbilzen - Minsters: zene sjoen zètte (=zijn schoen plaatsen om wat van sinterklaas te krijgen)
  27. Zeeuws: noe weet je wi a de wind van din komt (=op je plaats gezet)
  28. Sint-Niklaas: de tienurenmis (=mis die om tien uur plaats heeft)
  29. Mestreechs: heer kraog ut sjuifke,\r\ntege un voes aon laope,\r\nheer heet ziech un plaat getik,\r\nheer heet ziech gekloet, (=hij liep een blauwtje)
  30. Bilzers: alles viër èn noë gezaag (=alle reden plaats geven)
  31. Tilburgs: die plòts is al verzeed. (=die plaats is al bezet.)
  32. Sint-Niklaas: ier is plek (plots) zat (=hier is er plaats genoeg)
  33. Sint-Niklaas: plots van (=in de plaats van)
  34. Leendes: Oorspronkelijk dialect Heeze: zie HEEZERS.\r\nGelieve hier uitsluitend dialect uit LEENDE te plaatsen. (=(opmerking))
  35. Limburgs: Naer (plaats in Limburg) (=alles goed)
  36. Herns (Herne, VL-B): op plosh 't jeren (=op de plaats van Herne)
  37. Waregems: oe zoeje zelve zijn! (=stel je in zijn/haar/hun plaats!)
  38. Ostêns: oe zoeje zelve zien! (=stel je in zijn/haar/hun plaats!)
  39. Westerkwartiers: wij hadd'n 'n doalderse ploats (=wij hadden een hele beste plaats)
  40. Westerkwartiers: hij gijt met de winst striek'n (=hij haalt de eerste plaats)
  41. Westerkwartiers: 'n profeet wordt ien eig'n laand niet eerd (=men wordt in eigen plaats niet gewaardeerd)
  42. Sint-Niklaas: ak van ô was zuk (zunnuk).... (=als ik in uw plaats was zou ik...)
  43. Oudenbosch: ge monnie oger wulle kakke danoew gat staot (=je moet je plaats weten)
  44. Oudenbosch: Zebbenum daor aon dun aok ghange (=Ze hebben hem daar op zijn plaats gezet)
  45. Steins: 'n vleegende krauw vunk mië dan ein zittende (=iemand die op veel plaatsen komt, krijgt meestal ook vanalles)
  46. Bilzers: doë blif viël on de haan plekke (=niet alle schenkingen komen op de juiste plaats)
  47. Sint-Niklaas: gee zittend gat ein (=niet lang op zelfde plaats of stil kunnen zitten)
  48. Heezers: van die platz kumt nog ginne wind de dught (=Van die plaats komt niets goeds)
  49. Oudenbosch: ee dikkop gaode gij us wa opzij (=zeg beste maak eens wat plaats)
  50. Westerkwartiers: ze het heur mond bij heur (=zij gaat onvoorbereid naar een onbekende plaats)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen