Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nood`

  1. als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  2. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  3. hoge nood hebben (=naar de wc moeten)
  4. In de nood eet de duivel vliegen. (=Als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  5. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  6. klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
  7. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
  8. nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  9. nood leert bidden (=in nood leert men anderen om hulp vragen)
  10. van de nood een deugd maken (=zich naar de omstandigheden schikken)
  11. vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek)

11 betekenissen bevatten `nood`

  1. In de nood eet de duivel vliegen. (=Als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  2. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  3. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  4. iemand uit de brand helpen (=iemand uit de nood helpen)
  5. iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
  6. het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
  7. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  8. nood leert bidden (=in nood leert men anderen om hulp vragen)
  9. het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  10. Eten en drinken is geen beroep / ambacht. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
  11. Wie niet werkt zal niet eten. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)

Het dialectenwoordenboek kent 21 spreekwoorden met `nood`

  1. Westerkwartiers: nood brekt wet (=in noodgevallen gelden de wetten niet)
  2. Westerkwartiers: hij kwam 'er aan met 'n rötgang (=hij kwam aanrijden met een noodgang)
  3. Westerkwartiers: ze benn'n niet noodlied'nd (=zij hebben geld in overvloed)
  4. Westerkwartiers: de noodklok luud'n (=aandacht vragen voor een probleem)
  5. Sevenums: Ter duvel schiêt altijd op dezelfden hoêp (=Het noodlot treft altijd dezelfde mensen)
  6. Zaans: loopt dominee met de bul (stier) (=Als de nood aan de man komt..........)
  7. Antwerps: kloagers giëne noëd en stoeffers giën broëd (=klagers geen nood en snoevers geen brood)
  8. Tilburgs: klaogers gin nôod, zwètsers gin brôot (=klagers hebben geen nood en snoevers geen brood)
  9. Kinrooi: In tieje van noeëd aete wae woost sónger broeëd! (=In tijden van nood eten wij worst zonder brood!)
  10. Munsterbilzen - Minsters: den ene zene daud èsten aandre ze braud (=van de nood een deugd maken)
  11. Bilzers: aste moes gon kakke, lot dan zen broek al mer zakke (=als de nood het hoogst is, is de redding nabij)
  12. Bilzers: vae moeten os mér zien te behélpe, zaagte boer, en hae spande zen vroo én de ploeg (=In geval van nood mag en moet iedereen dopen)
  13. Munsterbilzen - Minsters: daaj kan würke waaj e piëd, zaagte boer, en hae spande ze wijf vür de kaar (=van de nood een deugd maken)
  14. Lembeeks: Geift de stoefer e stuk bruud de klaoger kan gie nuut (=geef de bluffer wat brood, de klager kent geen nood)
  15. Munsterbilzen - Minsters: iëver de brêg vant kanaal noë Zietendel loeg nog een hoote brèg, baliebrèg zaagte ze doë tiëge, ze wont 'taajelëk ongelaach as naudbrèg vërret bels laeger, noët boembardement onder den oerlog. (=over het Albertkanaal richting Zutendaal lag een houten noodbrug, baliebrug genaamd, die de soldaten van het Belg. leger er zogezegd tijdelijk legden na een Duits bombardement)
  16. Westerkwartiers: van de nood 'n deugd moak'n (=aanpassen bij de omstandigheden)
  17. Westerkwartiers: van de nood 'n deugd moak'n (=er het beste van maken als het toch moet)
  18. Hals: Gèft de stoefer 'n broed, de kloager ei gië noed (=Geef de bluffer een brood, de klager heeft geen nood)
  19. Munsterbilzen - Minsters: as ermoej troef ès, aete ver alleen mèr spek bij et braud (=in dagen van nood, eten we spek mèt brood)
  20. Westerkwartiers: ien tied'n van nood (=als het er echt op aan komt)
  21. Drents: Klagers gien nood, schroeters gien brood. (=Klagers hebben het niet zo slecht als ze zeggen en opscheppers hebben het niet zo goed aLs ze doen voorkomen.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen