Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `begin`

  1. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  2. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  3. de vis begint te stinken bij de kop (=het loopt het eerst mis bij de leiding)
  4. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  5. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  6. Eten is een goed begin: het ene beetje brengt het ander in. (=Letterlijke betekenis.)
  7. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  8. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
  9. om een ladder te beklimmen begin je met de onderste sport. (Haastige spoed is zelden goed) (=)
  10. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  11. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)

48 betekenissen bevatten `begin`

  1. in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
  2. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  3. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  4. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  5. terug naar af (=begin maar weer opnieuw)
  6. van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
  7. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  8. aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
  9. er voor gaan (=besluiten aan een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  10. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  11. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  12. De aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=Boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  13. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  14. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  15. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  16. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
  17. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  18. goed begonnen is half gewonnen (=een goed begin is het halve werk)
  19. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  20. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kans op een goede afwerking)
  21. de oude mens afleggen (=een nieuw leven beginnen - beterschap beloven)
  22. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  23. zijn handen jeuken (=er erg veel zin in hebben te beginnen)
  24. de kop is eraf (=er is een begin gemaakt)
  25. ergens een balletje over opgooien (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  26. tabula rasa maken (=geheel herbeginnen - de boel helemaal opruimen)
  27. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  28. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  29. de alfa en omega (=het begin en het einde)
  30. voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  31. olie in/op het vuur gooien (=iets doen waardoor de ruzie opnieuw begint of oplaait)
  32. iets in de wieg smoren (=iets van bij het begin vernietigen)
  33. er gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te begrijpen)
  34. mijn vingers jeuken (=ik heb zin om eraan te beginnen)
  35. aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  36. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  37. de koe bij de horens vatten (=met de lastige zaak beginnen)
  38. met iemand in zee gaan (=met iemand een samenwerking beginnen)
  39. met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
  40. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  41. iets op het tapijt brengen (=over een onderwerp beginnen (te praten))
  42. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  43. van meet af aan (=vanaf het begin)
  44. zijn lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
  45. (goed) begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
  46. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk - aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  47. iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
  48. hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)

Het dialectenwoordenboek kent 126 spreekwoorden met `begin`

  1. Liedekerks: e begintj te vangen (=Hij begint zot te worden)
  2. Bilzers: as te nie wiës bau beginne, begin dan mér on de kop (=begin maar aan 't begin)
  3. Aalsters: da beginjt ie serjees men kloeiten oit t' angen (=dat begint me waarlijk te vervelen)
  4. Eekloos: Hij éé 'de bolle van achter de steil geschot'n (komt van 'krulbolspel) (=Hij beging een stommiteit)
  5. Munsterbilzen - Minsters: van vieëraof aon beginne (=herbeginnen)
  6. Zeeuws: Die is nog nat achter z'n ôôren (=Het is nog maar een jong mannetje, een beginneling)
  7. Heusdens: os nicole zee alteit,asm t'gruutste stuk nie hit begintmtebleite (=ons nicole zei altijd,als hij het grootste stuk niet heeft begint hij te wenen)
  8. Zeeuws: Die is nog ma net uut de'n oven gekomm'n (=Het is nog maar een beginneling, 'n jonkie)
  9. Munsterbilzen - Minsters: métten ziever laaj beginne (=een nieuwe kans krijgen)
  10. Bilzers: ze beginne mich te krievele (=mijn handen jeuken)
  11. Munsterbilzen - Minsters: beginne noë te lotte (=oud worden)
  12. Bilzers: men aure beginne te toete (=er wordt over me gepraat)
  13. Bilzers: men aure beginne te fleete (=je liegt)
  14. Staphorsts: inteerst (=in het begin)
  15. Bilzers: begin mér van viëraof aon (=begin maar opnieuw !)
  16. Westerkwartiers: haardlopers benn'n doodlopers (=(te)snelle beginners halen de eindstreep niet)
  17. Venloos: Alle begin is zwaor, behalve beej de lompeman (=Alle begin is moeilijk)
  18. Oudenbosch: daor kunde niks tege beginne (=daar moet je je bij neerleggen)
  19. Steins: Hae begint te fetsje. (=Hij begint af te takelen.)
  20. Twents: noe keump 't skoapeskeer'n an (=nu begint het)
  21. Waregems: ze beguint te miss'n (=zij begint te dementeren)
  22. Waregems: beguint te dooln, nie goe meeër wijs (=begint te dementeren)
  23. Twents: de binn'nband d'r aardig deur (=begint kaal te worden)
  24. Fries: t feest kin beginne (=er zijn op vrijdag 2 naakte meiden)
  25. Kerkdriels: ut is ok gekkewerk ok wor (=daar is geen beginnen aan!)
  26. Bilzers: zen mauwe opstrepe (=er stevig aan beginnen)
  27. Munsterbilzen - Minsters: den droeëd wir oppakke (=opnieuw beginnen)
  28. Waregems: rooë koomn (=beginnen te blozen (schaamte))
  29. Genneps: De schuu.rdeur lóstrèkke (=beginnen te schreeuwen)
  30. Tilburgs: begiene te kraoke (=oud beginnen te worden)
  31. Oudenbosch: wulde gij d n kop afbijte ? (=wil jij beginnen ?)
  32. Eekloos: van ess'n t'ende (=van begin tot eind)
  33. Liemers: Däöj meh gin wind nie waerd dah't begint (=Dooi zonder wind niet waard dat hij begint.)
  34. Munsterbilzen - Minsters: èn zen haan spaaje (=eraan beginnen)
  35. Westerkwartiers: van veur'n oaf aan (=opnieuw beginnen)
  36. Munsterbilzen - Minsters: ich zo nie wiëte bau te beginne (=daar heb je nog niet onmiddellijk vat op)
  37. Eizels (Herzeels): vaniensteneind (=van begin tot einde)
  38. Westerkwartiers: doar hei je 't gesmiet ien 'e gloaz'n (=daar begint het gedonder)
  39. Luyksgestels: 't begient 'm te nèpe (=het begint hem te knijpen)
  40. Geels: ge zijget oant uithange/ambetaanterik (=je begint vervelend te doen)
  41. Westerkwartiers: wel 't dut moet 't wiet'n (=bezint eer gij begint)
  42. Westerkwartiers: overlegg'n is 't haalve waark (=goed bespreken voor men begint)
  43. Bilzers: raaj naut heller dan zene ingelbewaorder kan vliege (=bezint eer je begint)
  44. Leefdaals: ai kraigt et in zaain botte (=hij begint vervelend te doen)
  45. Tilburgs: Witte gij d'n Heuvel? Kende mergen beginnen! (=Ken jij de Heuvel? kan je morgen beginnen!)
  46. Oudenbosch: nie wete waorut mart is (=niet weten hoe of waar te beginnen)
  47. Liwwadders: wat suustou nou? (=wat zal jij nou (tegen mij beginnen)?)
  48. Sint-Niklaas: gè moet uitkommen (=gij moet beginnen spelen (kaartspel))
  49. Tilburgs: stikt de kèèrs mar aon (=iedereen is present, we kunnen beginnen)
  50. Westerkwartiers: wij moet'n d'r eem' maank (=wij moeten er even aan beginnen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen