Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `stil`

  1. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  2. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  3. het is hollen of stilstaan (=van het ene uiterste in het andere belanden)
  4. hollen of stilstaan (=van het ene uiterste in het andere vallen)
  5. met stille trom vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
  6. Met stille trom vertrekken (=Onopgemerkt vertrekken)
  7. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  8. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
  9. Vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=Een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  10. zo stil dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stil)

18 betekenissen bevatten `stil`

  1. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  2. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  3. zo stil dat je een speld kunt horen vallen (=bijzonder stil)
  4. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  5. `m piepen (=er stilletjes vandoor gaan)
  6. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  7. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  8. geen vin verroeren (=heel stil zonder beweging zijn)
  9. hij is onder een hoedje te vangen (=hij is zeer stil en gedwee)
  10. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  11. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  12. iets in zijn schild voeren (=iets van plan zijn, een geheim hebben, stilzwijgend een plan uitvoeren)
  13. achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
  14. de kriebel in zijn gat hebben (=niet kunnen stilzitten)
  15. pal staan (=onbeweeglijk stilstaan / niet twijfelen aan de eigen mening)
  16. een muurbloempje zijn (=stil en teruggetrokken zijn)
  17. je kop houden (=stil zijn, niet praten)
  18. op kousenvoeten (=stilletjes, ongemerkt)

Het dialectenwoordenboek kent 114 spreekwoorden met `stil`

  1. Oudenbosch: ijis stillekus weggemuist (=hij is stilletjes weggegaan)
  2. Munsterbilzen - Minsters: twieëtem stillekesaon werm onder zen viet (=hij krijgt het stilaan benauwd)
  3. Achels: Vrulliehaan en peirdentaan meugen noeijt stilstoan. (=Vrouwenhanden en paardentanden mogen nooit stilstaan)
  4. Liwwadders: as de klant met de slager praat, mut de wurst um stilhouwe (=als Pietje met Robert praat moet Peter zich stilhouden)
  5. Lichtervelds: jeet de kreevl in ze gat (=hij kan moeilijk stilzitten)
  6. Veurns: gin zittend gat hebben (=niet kunnen stilziten)
  7. Londerzeels: Mè bekkes seuves (=stilletjes aan)
  8. Sint-Niklaas: twurd allangsom kaar (=het wordt stilaan kouder)
  9. Brustems: Hékump op zen vùtsels af (=Hij komt stilletjes dichter)
  10. Munsterbilzen - Minsters: op zen zokke (=stilletjes aan)
  11. Denderleeuws: we go goan zien (=we gaan stilaan weg)
  12. Mols: Haat a bakkes (=stilte aub)
  13. Bilzers: zwijg stil; zwijg stillekes-e-stil (=dat hoef je mij niet te vertellen)
  14. Munsterbilzen - Minsters: hae kraajchet opzen heupe (=hij wordt stilaan kwaad)
  15. Oudenbosch: ijisur stiekum vanonder gemuisd (=hij is stilletjes vertrokken)
  16. Munsterbilzen - Minsters: zietsjes aon en nie te snel (=stilletjes aan)
  17. Evergems: den pastre es doar, stille zijn (=de pastoor is daar, stil zijn)
  18. Weerts: Ein paerd liêtj mieër van 't staon dan van 't gaon (=stilstand is achteruitgang)
  19. Brugs: jis e wrikkelgat (=hij kan niet stilzitten)
  20. Veurns: gin zitt'nde gat èn (=niet kunnen stilzitten)
  21. Hulsters (NL): ervanonder muizen (=er stilletjes vandoorgaan)
  22. Westerkwartiers: zij het niet veul te koop (=zij is wat stilletjes)
  23. Oudenbosch: tis stil atnie waait (=als iemand na stilte ineens iets zegt)
  24. Oudenbosch: zebbe daor nie stilgezete (=er is daar hard gewerkt)
  25. Oudenbosch: de tijd eenie stilgestaon (=er is veel veranderd)
  26. Opglabbeeks: stank stil (=sta stil)
  27. Munsterbilzen - Minsters: ver zin allang autte kleen manne (=we komen stilaan op ouderdom)
  28. Munsterbilzen - Minsters: ze lempke geet stilaoën aut (=hij is moe)
  29. Munsterbilzen - Minsters: doë kump al bewaeging èn (=hij wordt stilaan wakker)
  30. Brustems: Hé kump op zen vùtsels af (=Hij komt stilletjes dichter)
  31. Munsterbilzen - Minsters: ich koeëk stillekesaon iëver (=dadelijk ga ik uitbarsten)
  32. Munsterbilzen - Minsters: haat ze leed onder ze kleed (=lijd in alle stilte)
  33. Rillaars: Zwégt mo stillekes stil (=Ik zou maar niets zeggen als ik jou was)
  34. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt geen zittende K. (=ze kan niet stilzitten)
  35. Weerts: vrouwehang en paerstang moôge noeëts stilstaon (=geen tijd om te rusten)
  36. Munsterbilzen - Minsters: onder os gezaag en gezwiëge (=in alle stilte)
  37. Evergems: tes stille oast nie woit (=het is stil als er niets te horen is)
  38. Bilzers: stillekes aon doertet langste (=rustig aan gaat ook)
  39. Gents: tes van de joare stillekes (=iets uit het verleden)
  40. Kalforts: met Kalfort kermis zit de winter in Coolhemdreef (=de zomer is voorbij, het wordt stilaan kouder)
  41. Bilzers: heirsem al op zen zokke aofkaome (=hij gaat stilaan op zijn doel af)
  42. Lokers: ij is't er vanoonder geritst (=hij heeft zich stilletjes uit de voeten gemaakt)
  43. Munsterbilzen - Minsters: ze gon stilaon de boot èn (=de dokwerkers zitten in de put)
  44. Sint-Niklaas: gremelen (=stil glimlachen)
  45. Westerkwartiers: eemkes stil, lewaaischobber (=wees eens stil, druktemaker)
  46. Lutters: achter de pette (=(stil) bidden)
  47. Sint-Niklaas: de joare stillekes (=lang vervlogen tijden)
  48. Diesters: van het joar stillekes; uiët zjuzekes tijt (=zeer oud)
  49. Bilzers: ve gon stillekes op (=wij stappen maar eens op)
  50. Munsterbilzen - Minsters: daaj hun lêmpke geet stiloën aut (=de toekomst van de electrzaken is donker)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen