Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


22 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `willen`

  1. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  2. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  3. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  4. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  5. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  6. ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies van willen weten hoe het in elkaar steekt)
  7. ergens zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  8. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  9. het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)
  10. het laatste woord willen hebben (=de baas willen zijn)
  11. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  12. het onderste uit de kan willen (=het uiterste willen)
  13. hoger willen vliegen dan men kan (=meer willen doen dan men kan)
  14. iets voor geen goud willen doen (=iets absoluut niet willen doen)
  15. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  16. met iemand niet willen oversteken (=niet in iemands plaats willen zijn)
  17. Spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=Wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  18. twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
  19. voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen)
  20. willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
  21. willen weten welk vlees men in de kuip heeft (=eerst willen weten hoe iemand is)
  22. willens en wetens iets doen (=met opzet)

77 betekenissen bevatten `willen`

  1. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  2. zich Oost-Indisch doof houden (=absoluut niet willen horen)
  3. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  4. zich vergalopperen (=al te snel iets willen doen)
  5. het naadje van de kous willen weten (=alle details willen weten)
  6. die veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
  7. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
  8. het hoogste woord hebben (=baas zijn (of willen zijn))
  9. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  10. het laatste woord willen hebben (=de baas willen zijn)
  11. pap in de benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)
  12. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
  13. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  14. lector benevolente (=de welwillende lezer)
  15. kreupel wil altijd voordansen (=de zwaksten willen het hoge woord hebben)
  16. willen weten welk vlees men in de kuip heeft (=eerst willen weten hoe iemand is)
  17. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  18. er zijn mond niet aan vuil maken (=er niets over willen zeggen)
  19. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  20. er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
  21. geen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  22. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  23. ergens haring of kuit van willen hebben (=ergens precies van willen weten hoe het in elkaar steekt)
  24. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  25. niet thuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
  26. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  27. hoog van de toren blazen (=het grote woord willen hebben / opscheppen)
  28. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  29. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  30. ergens voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  31. het op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
  32. er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
  33. met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
  34. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  35. naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
  36. het onderste uit de kan willen (=het uiterste willen)
  37. iemand de handschoen toewerpen (=iemand ergens toe uitdagen of met iemand de strijd willen aangaan)
  38. iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
  39. iemand de bons geven (=iemand waarmee je een relatie hebt niet meer willen zien)
  40. iets voor geen goud willen doen (=iets absoluut niet willen doen)
  41. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  42. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen verkrijgen)
  43. ergens zijn zinnen op zetten (=iets graag willen hebben)
  44. zijn vingers naar iets aflikken (=iets heel erg graag willen hebben)
  45. ergens zijn pink wel voor willen geven (=iets heel graag willen hebben)
  46. oogkleppen dragen (=iets niet (willen) zien)
  47. tabak van iets hebben (=iets niet langer willen)
  48. ergens de balen van hebben (=iets niet meer leuk vinden en willen dat het stopt)
  49. iets beneden zijn waardigheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  50. aan een oor doof zijn (=iets niet willen horen)

Het dialectenwoordenboek kent 82 spreekwoorden met `willen`

  1. Gronings: 'k wol wel geern (=ik zou graag willen)
  2. Brugs: moe je weere den diksten èn (=gelijk willen hebben)
  3. Amsterdams: Ik zou daar niet dood gevonden willen worden (=Ik zou daar niet willen wonen)
  4. Munsterbilzen - Minsters: zene nauwsjierëge bestoje (=alles willen weten en zien)
  5. Munsterbilzen - Minsters: iemes et himme vannet lijf vroëge (=alles willen weten van iemand)
  6. Brugs: moej trek up je lucht en (=iemand willen slaan, kwaad zijn)
  7. Munsterbilzen - Minsters: zen ooge én zen maol hëbbe (=iets niet willen zien)
  8. Oudenbosch: mun aande begonne te juuke (=ik had graag willen meedoen)
  9. Grobbendonks: wille me is en babbelke/ klapke doen (=willen wij eens babbelen)
  10. Oudenbosch: we gaonder nog eentje opzette (=we willen nog een kindje)
  11. Oudenbosch: da jak aadde gij gere genog aangat gat (=die jurk had je best willen dragen)
  12. Sint-Niklaas: iets in zèn steir ein ('t in zèn steir ein) (=iets van zin zijn (niet willen toegeven)
  13. Oudenbosch: ouwe paole kundut best mar laote staon (=oude dingen moet je niet willen veranderen)
  14. Munsterbilzen - Minsters: daaj hërre peloes zoo ich ès wille aofraaje (=met haar zou ik eens tractor willen rijden)
  15. Westerkwartiers: altied wat nijs, zeld'n wat goeds (=men moet altijd alles willen veranderen)
  16. Liemers: Gao'j gaete grave: daor krie'j twee bulte van\r\n één op de rug en één naeve 't gat. (=Zwaar werk willen doen.)
  17. Lebbeeks: kak: Kak of giëne kak, de pot op (=Tegen wil en dank / willen of niet..)
  18. Oudenbosch: vrije is zachies praote en aart liege (=bij je meisje in een goed blaadje willen komen te staan)
  19. Munsterbilzen - Minsters: de sjoer trèk aof noë den hollender, twatter kraaj(g)ter graotës (=de bui trekt weg naar Nederland, die willen toch alles gratis)
  20. Hamonter: we hemme wa we wille en we hawe wa we wowwe (=we hebben wat we willen en we hadden wat we wilden)
  21. Munsterbilzen - Minsters: de bès nie alleen opte werd (=wees wat stiller onder de lessen, anderen willen ook slapen)
  22. Drents: Boven de koestal oetgruien willen, maor in 't zwienhok terechte kommen. (=Hoogmoed komt voor de val)
  23. Lokers: zodde gij ne kir in mijn auntje willen kakken (=wanneer iemand zeer veel eet)
  24. Rillaars: Talest doede goalle 't galakkes goalle da zelf wilt moo hie nie. (=Bij jullie thuis doen jullie het zoals jullie het zelf willen maar hier niet.)
  25. Tilburgs: Kwok ham ha, dan aat ik aaier mee ham ak aaier ha (=Ik zou willen dat ik ham had, dan at ik eieren met ham, als ik tenminste eieren zou hebben)
  26. Kinrooi: Wae bedèrve waat wae höbbe door te neringe euver det waat wae wille! (=Wij bederven wat wij hebben door te zaniken over dat wat wij willen!)
  27. Veurns: 't Onderste uut de kanne will'n (=Alles willen)
  28. Westlands: moggie wouwen (=dat mocht je willen)
  29. Hulsters (NL): gèijn asum geven (=geen antwoord (willen) geven)
  30. Antwerps: mak â ies tegen mene jillée trekken (=iemand willen omhelzen)
  31. Westfries: erregus stroid van hewwe (=iets graag willen)
  32. Zottegems: riskeert ou 'n kezze (=iets willen proberen)
  33. Moorsel: ne skip tegen a besse (=iets niet willen doen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: de vaulste vèrke willen et sjünste stroj (=luieriken willen evenveel geld verdienen als bezige bijen)
  35. Haarlems: Ik zou er niet dood gevonden willen worden (=Ik zou er niet willen wonen)
  36. Nieuwerkerks: de voilstje veirkens willen t'skunsjte struwe (=de vuilste varkens willen het mooiste sto)
  37. Munsterbilzen - Minsters: van hoejt noë hèr loope (=alles tegelijk willen doen)
  38. Twents: de oog'n nig vol hebb'n (=Altijd maar meer willen hebben)
  39. Liwwadders: suust wel wille ..., suden jou wel wille... (=dat zou je wel willen ...)
  40. Westerkwartiers: struusvogelpoletiek hanteer'n (=het gevaar niet onder ogen willen zien)
  41. Bilzers: ich hüb paajn on men goesteng (=ik zou wel eens willen)
  42. Rotterdams: mn keel niet aan de kapstok hangen (=alle lekkers niet willen afslaan)
  43. West-Vlaams: 't oenderste uut de kanne willen (=het maximum willen)
  44. Zottegems: de die eur pelouze zo'k uk wè ne kir willen afrijeen (=met die vrouw zou ik wel eens willen...)
  45. Munsterbilzen - Minsters: doë zo ich ès maajske wille spieële (=datzou ik eens van nabij willen meemaken)
  46. Munsterbilzen - Minsters: ich zo doë nog nie gesjillerd wille zin (=ik daar niet willen wonen)
  47. Waregems: 'k zoe will'n wisslen (bv. qua gezondheid,geheugen) (=ik zou willen omruilen (bv.qua gezondheid, geheugen))
  48. Bilzers: loemp ès ook vès, mer de kop dooch nie (=wel willen maar niet kunnen)
  49. Vechtdals: 'n oale katte wul ok nog wel 'ns e-eaid wörn (=oude mensen willen ook aandacht)
  50. Bargoens: naatje van de kous willen weten (=alle details willen weten)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen