Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


383 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `als`

  1. aan elkaar hangen als droog zand (=geen enkele samenhang vertonen)
  2. achteruit gaan als een hollend paard (=snel terrein verliezen)
  3. Achteruit gaan als een hollend paard. (=Snel terrein verliezen)
  4. al zo oud als de weg naar Kralingen (=erg oud)
  5. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  6. als aan de grond genageld staan (=perplex staan)
  7. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  8. als bij toverslag (=zeer snel, plotseling)
  9. als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
  10. als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  11. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  12. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  13. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  14. als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=Als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
  15. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  16. als de dood zijn voor iets (=heel erg bang zijn voor iets)
  17. als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht (=Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  18. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  19. als de ganzen (=achter elkaar op een rijtje)
  20. als de herder verdwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  21. als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
  22. als de kat om de hete brij heen draaien (=iets wel willen, maar het niet durven)
  23. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  24. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  25. als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  26. als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
  27. als de ragebol rust werkt de spin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)
  28. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil trouwen)
  29. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
  30. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  31. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  32. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  33. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  34. als door een adder gebeten zijn (=opeens fel reageren)
  35. als door een repel getrokken (=zeer mager)
  36. als een blad van een boom veranderen/omkeren (=geheel anders gaan gedragen)
  37. als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  38. als een bok op de haverkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  39. als een donderslag bij heldere hemel (=een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  40. als een feniks uit de as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  41. als een furie tekeergaan (=in razende woede tekeergaan)
  42. als een kip zonder kop (=zonder beraad, onbesuisd)
  43. als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
  44. als een lopend vuurtje (=zich snel verspreidend (van een bericht of nieuwtje))
  45. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken)
  46. als een luis op een teerton (=vorderen als een luis op een teerton: niet opschieten)
  47. als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
  48. als een muis in de val zitten (=geen uitweg meer hebben)
  49. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  50. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)

256 betekenissen bevatten `als`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaring mee hebben)
  2. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
  3. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat niet lang mee. 2: als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  4. as is verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  5. het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
  6. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  7. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  8. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  9. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  10. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  11. als de herder verdwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  12. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  13. als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
  14. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  15. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  16. Als het hooi het paard volgt, dan wil het gegeten zijn. (=als de vrijster achter haar geliefde aanloopt, wil zij te graag trouwen)
  17. vis begint aan de kop te stinken (=als een bedrijf een slecht management heeft)
  18. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  19. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kijken)
  20. waar meerderman komt moet minderman wijken (=als een machtig persoon iets zegt, moet de minder machtige zwijgen)
  21. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  22. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  23. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  24. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  25. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  26. men moet van twee kwaden het minste kiezen (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  27. niemand genoemd niemand geblameerd (=als er geen namen genoemd worden, wordt niemand gekwetst)
  28. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  29. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  30. een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis)
  31. Waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  32. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  33. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
  34. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  35. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  36. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  37. als het huis volbouwd is breekt men de steigers af (=als het doel bereikt is, vergeet men de helpers)
  38. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  39. berouw komt na de zonde (=als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  40. als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
  41. als puntje bij paaltje komt (=als het erop aankomt)
  42. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  43. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  44. Als de boter duur wordt, leert men het brood droog eten. (=als het niet anders kan, is men ook met minder tevreden.)
  45. morgen gaat het beter (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
  46. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  47. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  48. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  49. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  50. die het breed heeft, laat het breed hangen (=als iemand veel geld heeft kan die veel bezitten)

Het dialectenwoordenboek kent 850 spreekwoorden met `als`

  1. Westerkwartiers: hij het 'n lintweurm (=hij kan alsmaar dooreten)
  2. Venloos: As d'n oerworm vogels vraet, dan is de shoarma nog neet riep. (=De dagen worden alsmaar korter.)
  3. Tilburgs: hè liep toepertoe hèrs èn geens (=hij liep alsmaar heen en weer)
  4. Gronings: joe motn alsmoar liekoet deur riedn (=u moet hier rechtdoor rijden)
  5. Zichers: kwansijs (=doen alsof)
  6. Munsterbilzen - Minsters: kroemenoeës sjiete (=doen alsof)
  7. Westlands: wat zeggie alsie valt dan leggie (=wat zeg jij, ik kan je niet verstaan)
  8. Bilzers: vèr sjaajnes doên (=doen alsof)
  9. Lauws: tootn trekn (=doen alsof)
  10. Gents: een muilentrekker (=iemand die doet alsof)
  11. Waregems: van peikns geboarn (=doen alsof je neus bloedt)
  12. Bilzers: van kroemenaos gebeire (=doen alsof zijn neus bloedt)
  13. West-Vlaams: (h)eur oir'neen getuut (=alsof ze Het gehoord heeft)
  14. Zwevegems: Ie geboart van pikkens. (=Hij doet alsof zijn neus bloedt.)
  15. Buggenhouts: van kroemenaus gebauren (=doen alsof men van niets weet)
  16. leuvens: eu van stumme piej aave (=doen alsof je neus bloedt)
  17. Diesters: van den stoeme houe; den onnoezele uiëthange (=doen alsof je neus bloedt)
  18. Antwerps: van kroemmenoas geboare (=doen alsof men van niets weet)
  19. Sint-Niklaas: va krommenoas geboaren (=doen alsof zijn neus bloedt)
  20. Munsterbilzen - Minsters: van kroemenoës gebeire (=doen alsof je van niets afweet)
  21. Sint-Niklaas: va krommenoas geboaren (=doen alsof men van niets weet)
  22. Izegems: je heboart va tuutns en va blazn (=hij doet alsof hij van niets weet)
  23. Walshoutems: dee kan rijme en dichte zonder ze gat oep te lichte (=Iemand die doet alsof hij alles kan)
  24. kortemarks: ze geboarde van koo (=ze deed alsof ze van niets wist)
  25. Westerkwartiers: loat'n ze asjeblieft ophoebel'n (=laten ze alstublieft verdwijnen)
  26. Sint-Niklaas: va krommenoas geboaren (=doe alsof men iets niet gehoord of gezien heeft)
  27. Tongers: dut mèr of jie nol hèt (=Doe maar alsof ge van niets weet)
  28. Gents: ij geboard em van pijkes (=hij doet alsof hij van niets weet)
  29. Lichtervelds: ze geboarn van koo (=ze doen alsof ze van niets weten)
  30. Bilzers: asofter én zen broek ho(ch) gezeek (=alsof hij in zijn broek had geplast)
  31. Overrepens: prebiért mèr dat djie Nol hèt ! (=doe maar alsof je van niets weet !)
  32. turnhouts: aai geboart van krommen oas (=Hij doet alsof hij van niets weet)
  33. wijlres: nurges hin gebiere (=net doen alsof je iets niet merkt, geen belangstelling tonen)
  34. Achterhoeks: Kom d'r in en doo net alsof ie in oew eigen huus bunt. (=Begroeting.)
  35. Westerkwartiers: de wereld is niet roazn'd moakt, hij wordt roazn'd bewoond (=niet zo gehaast alstublieft !!)
  36. Munsterbilzen - Minsters: van kroemenoës gebeire (=doen alsof je neus bloedt)
  37. Iepers: va piekennoas begoaren (=doen alsof je van niets weet)
  38. Evergems: Van krom'n n'oase gebaren (=Doen alsof zijn neus bloedt)
  39. Vlijtingens: van krommenoas gebaare (=doen alsof je van niks weet)
  40. Lochristis: in 's emels nuim (=alsjeblieft zeg, verdomd nog aan toe ( in de naam van de hemel))
  41. Venrays: hy kiekt ow net an of ie het in keule huurt donderen (=hij kijkt je net aan alsof hij het in Keulen hoort donderen)
  42. Genneps: kieke alsof hij ziene lètste keutel geschéte hèt (=Verloren, en moedeloos zijn)
  43. tervurens: kol en mansjet en thoeis giene fret (=iemand die geen geld heeft maar doet alsof hij er wel heeft)
  44. Bilzers: hang zau nie de onniëzelaer aut (=doe niet alsof je neus bloedt)
  45. Lokers: Geboaren van krommen hoaze (=Doen alsof je het niet gezien hebt)
  46. Munsterbilzen - Minsters: spattele waaj terdievel ént wijwottervaot (=doen alsof je leven er van afhangt)
  47. Sint-Niklaas: vâ krommenoas geboaren (=doen alsof men van iets niet op de hoogte is)
  48. Westerkwartiers: hij dut net of zien neus bloedt (=hij doet alsof hij er niets van weet)
  49. Aalters: ge komt gij van Koanegem zekre (=iets niet weten of doen alsof men het niet weet)
  50. Munsterbilzen - Minsters: zen ziel aut ze lijf lope (=lopen alsof je leven ervan afhangt)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen