grijpen

werkw.
Uitspraak:  xrɛipə(n)]
Vervoegingen:  greep (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gegrepen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met de hand pakken
Voorbeeld:  `Ik greep hem bij zijn arm om niet te vallen.`
voor het grijpen liggen  (in grote hoeveelheid beschikbaar zijn) `De kansen liggen voor het grijpen.`
(iets) voor het grijpen hebben  (makkelijk kunnen krijgen) `Die zwemster heeft de titel voor het grijpen.`
om zich heen grijpen  (zich overal verspreiden) `De besmettelijke ziekte greep snel om zich heen.`
gegrepen zijn door (iets)  ((iets) heel boeiend vinden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aangrijpen aanklampen aanpakken aanrijden arresteren beetgrijpen beetnemen beetpakken bemachtigen graaien grissen ingrijpen jatten klauwen pakken pikken snaaien toegrijpen toeslaan toetasten vangen vastgrijpen vastklampen vastnemen vastpakken vatten verstrikken wegkapen zich bedienen

Spreekwoorden en zegswijzen
• uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
• naar de pen grijpen (=een brief schrijven)
• iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
• de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
• de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. •plotseling iets of iemand beetpakken.
  2. 1) Aangrijpen 2) Aanklampen 3) Aanpakken 4) Aanrijden 5) Arresteren 6) Beetgrijpen 7) Beetnemen 8) Beetpakken 9) Bemachtigen 10) Graaien 11) Grissen 12) Haken 13) Iets va...
  3. vastpakken met je hand vb: ik greep hem bij zijn arm het geld ligt voor het grijpen [je kunt het overal pakken] ik werd erdoor gegrepen [ik was er helemaal vol van] het v...
  4. pakken Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met grijpen:
grijpend

Deze woorden eindigen op grijpen:
aangrijpenbegrijpeningrijpenplaatsgrijpenvastgrijpenoverheidsingrijpenmisgrijpenvergrijpen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
grijpen (snel pakken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `grijpen` kennen.