vastpakken

werkw.
Uitspraak:  ['vɑs(t)pɑkə(n)]
Vervoegingen:  pakte vast (enkelv.volt.deelw.)
Vervoegingen:  heeft vastgepakt (volt.deelw.)

grijpen en vasthouden
Voorbeelden:  `iets vastpakken en het niet meer los laten`,
`De hond pakte zijn speeltje vast en bracht het naar zijn baasje.`
Synoniemen:  beetpakken, vastgrijpen, vastnemen,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanklampen aanpakken aanvatten beetgrijpen beethebben beetnemen beetpakken greep grijpen vastgrijpen vastklampen vastnemen vatten

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Aanklampen 2) Aanpakken 3) Aanvatten 4) Beetgrijpen 5) Beethebben 6) Beetnemen 7) Beetpakken 8) Greep 9) Grijpen 10) Stevig beetpakken 11) Vastgrijpen 12) Vastklampen ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `vastpakken`.