I vastgrijpen

werkw.
Verbuigingen:  greep vast
Verbuigingen:  vastgegrepen

iets stevig in de handen pakken
Voorbeeld:  `Uzzia greep de Ark des Verbonds vast en werd op slag gedood.`


II vastgrijpen

werkw.
Verbuigingen:  greep vast zich
Verbuigingen:  heeft zich vastgegrepen

''zich vastgrijpen aan'': zich verankeren door iets stevig beet te pakken
Voorbeeld:  `Zij trachtten zich eraan vast te grijpen, maar de stroming was te sterk.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aangrijpen aanpakken beetgrijpen beetnemen beetpakken bemachtigen grijpen vastnemen vastpakken vatten

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Aangrijpen 2) Aanpakken 3) Beetgrijpen 4) Beetnemen 5) Beetpakken 6) Bemachtigen 7) Borduren 8) Grijpen 9) Hechten 10) Klampen 11) Nemen 12) Pakken 13) Prikken 14) Ste...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `vastgrijpen`.