I vastgrijpen

werkw.
Verbuigingen:  greep vast
Verbuigingen:  vastgegrepen

iets stevig in de handen pakken
Voorbeeld:  `Uzzia greep de Ark des Verbonds vast en werd op slag gedood.`


II vastgrijpen

werkw.
Verbuigingen:  greep vast zich
Verbuigingen:  heeft zich vastgegrepen

''zich vastgrijpen aan'': zich verankeren door iets stevig beet te pakken
Voorbeeld:  `Zij trachtten zich eraan vast te grijpen, maar de stroming was te sterk.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aangrijpen aanpakken beetgrijpen beetnemen beetpakken bemachtigen grijpen vastnemen vastpakken vatten

Taaladvies
Wat is het juiste meervoud van handvat: handvaten of handvatten? Zie Handvatten / handvaten

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `vastgrijpen`.