vangen

werkw.
Uitspraak:  ['vɑŋə(n)]
Vervoegingen:  ving (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gevangen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zo pakken dat je het niet meer loslaat
Voorbeelden:  `vlooien vangen`,
`dieven vangen`
geld vangen  (geld krijgen)

2) uit de lucht grijpen
Voorbeeld:  `een bal vangen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beetnemen beuren buitmaken grijpen klauwen pakken vatten verstrikken

Spreekwoorden en zegswijzen
• te vangen als een aal bij zijn staart (=moeilijk te vatten)
• onder een hoedje te vangen zijn (=niet veel zeggen of mak zijn)
• om vliegen te vangen (=om te luieren (niets te doen))
• niet voor een gat te vangen (=niet door één moeilijkheid te ontmoedigen)
• hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
Toon alle 15 spreekwoorden die vangen bevatten

7 definities op Encyclo
  1. De beschikking krijgen over documenten voor archivistische bewerkingen.
  2. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 een gevel vangen: schragen.
  3. vastpakken met je hand vb: je moest de bal vangen een boef vangen [hem grijpen] er geld voor vangen [er geld voor krijgen]
  4. •het te pakken krijgen van wild dieren of mensen. •in de lucht onderscheppen (bijvoorbeeld
  5. 1) Beetnemen 2) Bemachtigen 3) Beuren 4) Buitmaken 5) Grijpen 6) Het toegegooide pakken 7) Kippen 8) Klauwen 9) Loon krijgen 10) Omsluiten 11) Opvangen 12) Pakken 13) Str...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vangen:
aangevangenaanvangenafgevangengevangenneem gevangenkrijgsgevangenontvangenopgevangenopvangenbaaivangenonbevangeninvangenvervangenbevangenwatervangenzet gevangenzit gevangen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vangen (pakken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vangen` kennen.