aanrijden

werkw.
Uitspraak:  ['anrɛidə(n)]
Afbreekpatroon:  aan·rij·den
Vervoegingen:  reed aan (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft, is aangereden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) rijdend tegen iets of iemand botsen
Voorbeeld:  `een voetganger aanrijden`

2) komen aanrijden
aanrijroute  (de te volgen weg naar de eindbestemming)


Synoniemen
botsen   grijpen   rammen   

3 definities op Encyclo
  • 1) Rammen 2) Voortrijden 3) Met voertuig botsen 4) Met een voertuig ergens tegenaan botsen 5) Met een auto botsen 6) Botsen 7) Grijpen 8) Aanjagen
  • Aanrijden wil zeggen: komen aanrijden, maar ook iemand aanrijden (tegen iemand opbotsen). [basiswoordenlijst groep 4]
  • het inhalen van de paardelijn, waarmee men dan de achterzegen naar de oever, de haal, trekt. Dr. Th. H. van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland vermeldt dit onder andere in relatie tot gebruik van de (paarde)spil bij de staatsvisserij. Daar buiten spreekt men bijvoorbeeld van aandraaien en bijt...
Toon uitgebreidere definities

Taaladvies
Wat moet het zijn: Daar komt hij al aanrijden of Daar komt hij al aangereden? Zie Komen aanrijden / aangereden

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van aanrijden?
De verleden tijd van aanrijden is 'reed aan'. Het voltooid deelwoord is 'heeft, is aangereden'.
Wat betekent aanrijden?
'rijdend tegen iets of iemand botsen' en 'komen aanrijden'
Hoe spel je aanrijden?
aanrijden spel je A A N R I J D E N
Wat is een ander woord voor aanrijden?
Andere woorden voor aanrijden zijn botsen, grijpen en rammen.

Op andere websites
Zoek aanrijden in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek aanrijden op Google
Zoek aanrijden op Woordenlijst.org
Zoek aanrijden in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek aanrijden op Wikipedia