aanrijden

werkw.
Uitspraak:  ['anrɛidə(n)]
Vervoegingen:  reed aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is aangereden (volt.deelw.)

1) rijdend tegen iets of iemand botsen
Voorbeeld:  `een voetganger aanrijden`

2)
komen aanrijden  (rijdend naderen) `op de fiets komen aanrijden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
botsen grijpen rammen

Taaladvies
Wat moet het zijn: Daar komt hij al aanrijden of Daar komt hij al aangereden? Zie Komen aanrijden / aangereden

5 definities op Encyclo
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Aanrijden``] 1o. tot den aanval; opdat bij het A. van geheele eskadrons of regimenten in gesloten orde, deze zoo goed mogelijk bewa...
  • •rijden naar. •tegen iets rijden.
  • rijdend tegen iemand aanbotsen vb: de wandelaar werd op het stille pad aangereden door een brommer
  • het inhalen van de paardelijn, waarmee men dan de achterzegen naar de oever, de haal, trekt. Dr. Th. H. van Doorn, Terminologie van Riviervissers in Nederland vermeldt di...
  • verkeersrecht: botsing; het met een voertuig botsen tegen iets anders. ...
  • Toon uitgebreidere definities