aanrijden

werkw.
Uitspraak:  ['anrɛidə(n)]
Vervoegingen:  reed aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is aangereden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) rijdend tegen iets of iemand botsen
Voorbeeld:  `een voetganger aanrijden`

2)
komen aanrijden  (rijdend naderen) `op de fiets komen aanrijden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
botsen grijpen rammen

Taaladvies
Komen aanrijden / aangereden: Wat moet het zijn: Daar komt hij al aanrijden of Daar komt hij al aangereden?

5 definities op Encyclo
  1. rijdend tegen iemand aanbotsen vb: de wandelaar werd op het stille pad aangereden door een brommer
  2. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Aanrijden``] 1o. tot den aanval; opdat bij het A. van geheele eskadrons of regimenten in gesloten orde, deze zoo goed mogelijk bewa...
  3. •rijden naar. •tegen iets rijden.
  4. 1) Aanjagen 2) Botsen 3) Grijpen 4) Met een auto botsen 5) Met een voertuig ergens tegenaan botsen 6) Met voertuig botsen 7) Rammen 8) Voortrijden
  5. Eng: collision [verkeersrecht] botsing; het met een voertuig botsen tegen iets anders…
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aanrijden`.