grissen

werkw.
Verbuigingen:  griste
Verbuigingen:  gegrist

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het grissen in de tweede betekenis erin.`

3) snel naar iets grijpen
Voorbeeld:  `Er werd door velen gegrist naar de neerdwarrelende geldbiljetten.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
afpakken aftroggelen bietsen gappen graaien grijpen inpikken jatten nemen ontfutselen pikken snaaien wegkapen

4 definities op Encyclo
  1. snel pakken en naar je toe halen vb: hij griste het pakje uit haar handen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord gelijkvloeiend (ik griste, heb gegrist), stelen, ontfutselen, kapen. *...SER, m. (-s), *...STER, v. (-s), h...
  3. 1) Afpakken 2) Aftroggelen 3) Behendig iets wegnemen 4) Bietsen 5) Gappen 6) Graaien 7) Grijpen 8) Inpikken 9) Jatten 10) Nemen 11) Ontfutselen 12) Pikken 13) Rampassen 1...
  4. snel naar zich toe halen Jaar van herkomst: 1810 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op grissen:
weggrissen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
grissen (snel pakken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 85% van de Nederlanders en 67% van de Vlamingen het woord `grissen`.