breken

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrekə(n)]
Vervoegingen:  brak (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft/is gebroken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

in stukken maken of gaan
Voorbeelden:  `een glas breken`,
`glas breekt gemakkelijk`
Synoniemen:  kapotmaken, kapotgaan
een code breken  (een code ontcijferen)
een potje kunnen breken bij iemand  (geen verwijten van iemand krijgen voor je fouten of vervelende gedrag)
een gebroken hart  (verdriet over een verloren geliefde)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan stukken breken afbreken barsten kapot gaan kapotbreken kapotgaan kapotmaken kleinmaken met opzet kapotmaken neerhalen omverhalen schenden slopen sneuvelen splitsen stukbreken stukgaan uit elkaar halen maken (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich het hoofd breken over iets. (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag.)
• met iemand breken (=met iemand niet meer verder werken, leven)
• men kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
• kunnen maken en breken (=er veel macht over hebben)
• ijzer met handen breken (=het onmogelijke doen)
Toon alle 13 spreekwoorden die breken bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met breken een ander begrip versterken?
brekend nieuws
Hoe kun je breken krachtiger uitdrukken?
breken als luciferhoutjes;

11 definities op Encyclo
  1. •("algemeen") in stukken uiteenvallen. • [medisch] een bot dat scheuren
  2. Het in stukjes uiteensplijten of in delen of scherven uiteenspatten, meestal plotseling en hevig, als gevolg van een klap of drukuitoefening. Categorie: Procéd&eac...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] en ow. [ongelijkvloeiend] (ik brak, heb of ben gebroken), een lichaam op onregelmatige en (meestal) gewelddadige...
  4. Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 1. tabak -: met walsen klein maken; 2. 't veld -: geitsen.
  5. van golven: het overstorten van de golftop op het moment dat deze de voet van de golf inhaalt.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met breken:
breken met

Deze woorden eindigen op breken:
aanbrekenafbrekendoorbrekengebrekeninbrekenlosbrekenonderbrekenontbrekenopbrekenopenbrekenspraakgebrekenuitbrekenverbrekenechtbreken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
breken (kapotmaken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `breken`.