uitbreken

werkw.
Uitspraak:  œydbrekə(n)]
Vervoegingen:  brak uit (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1) (een ruimte) groter maken door een muur weg te halen
Vervoegingen:  heeft uitgebroken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `We hebben de keuken uitgebroken.`

2) uit de gevangenis ontsnappen
Vervoegingen:  is uitgebroken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `De gevangenen zijn tijdens het transport uitgebroken.`

3) plotseling en heftig beginnen
Vervoegingen:  is uitgebroken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `Na de moord brak er een opstand uit.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
losbarsten losbreken ontsnapping ontvluchting slopen uitbraak

11 definities op Encyclo
  1. Het weghalen van overtollige knoppen om betere bloemen of vruchten te krijgen. 
  2. Onder uitbreken verstaan we het plotseling omhoogschieten van een stagnerende koers. ( > beleggen > algemene terminologie)
  3. Het plotseling omhoogschieten van een lange tijd stagnerende koers.
  4. Onverwachts omhoog schieten van een stagnerende koers.
  5. Plotseling omhoogschieten van een stagnerende koers.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitbreken` kennen.