opbreken

werkw.
Uitspraak:  ɔbrekə(n)]
Vervoegingen:  brak op (verl.tijd enkelv.) Toon alle vervoegingen

1)
Vervoegingen:  is opgebroken (volt.deelw.)
Dit zal haar nog lelijk opbreken.  (hier zal ze nog nadelige gevolgen van ondervinden)

2) (tijdelijk) uit elkaar halen
Vervoegingen:  heeft opgebroken (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `een opgebroken straat`,
`een tent opbreken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afbreken beëindigen bezuren gaan heengaan opstappen vertrekken weggaan zuur opbreken

Spreekwoorden en zegswijzen
• zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je opbreken krachtiger uitdrukken?
lelijk opbreken;

6 definities op Encyclo
  1. Na een dekking weer opnieuw in oestrus komen, b.v. bij runderen en paarden..
  2. Spreekwoorden: (1914) Dat zal hem zuur (of bitter) opbreken d.w.z. daar zal hij onaangename gevolgen van ondervinden; daar zal hij voor moeten boeten; eig. gezegd van spi...
  3. van deze plaats vandaan gaan vb: we moeten maar weer eens opbreken Synoniemen: vertrekken weggaan het uit elkaar halen vb: we breken onze tent op en trekken weer verder e...
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Opbreken``] Een beleg O., het niet verder voortzetten. Aanleidingen daartoe zijn dat men de nutteloosheid daarvan inziet of begrijp...
  5. 1) Afbreken 2) Beëindigen 3) Bezuren 4) Eindigen 5) Gaan 6) Heengaan 7) Opnemen 8) Opstappen 9) Slecht bekomen 10) Uit elkaar nemen en verplaatsen 11) Verhuizen 12) Vert...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opbreken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `opbreken`.