openbreken

werkw.
Uitspraak:  ['opəmbrekə(n)]
Vervoegingen:  brak open (verl.tijd enkelv.)

1) openen door het kapot te maken
Vervoegingen:  heeft opengebroken (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `je spaarpot openbreken`,
`een deur openbreken`

2) (van bloemknoppen) open gaan
Vervoegingen:  is opengebroken (volt.deelw.)

3) (een bestaande afspraak) herzien
Vervoegingen:  heeft opengebroken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `een akkoord openbreken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
forceren kraken losbreken opbreken openleggen

1 definitie op Encyclo
  • 1) Barsten 2) Forceren 3) Kraken 4) Losbreken 5) Opbreken 6) Openleggen
  • Toon uitgebreidere definities