schenden

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɛndə(n)]
Vervoegingen:  schond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

beschadigen
Voorbeelden:  `een graf schenden`,
`geschonden vertrouwen`
Synoniem:  kapotmaken
een contract schenden  (je niet houden aan de afspraken uit een contract)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aantasten bederven beschadigen havenen kapotmaken krassen onteren ontheiligen ontsieren ontwijden overtreden stukmaken toetakelen uitwissen verknoeien eerbiedigen (antoniem)

8 definities op Encyclo
  1. schade berokkenen Jaar van herkomst: 1220-1240 (CG II 1 Aiol )
  2. Het met opzet schade toebrengen aan de buitenkant of het uiterlijk van gebouwen of voorwerpen. Categorie: Procédés en Technieken > vernietigen.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik schond, heb geschonden), bederven, breken, misvormen; een boom -, van bladeren, schors en...
  4. een beetje kapot gaan of kapot maken vb: zijn goede naam is geschonden Synoniemen: beschadigen aantasten ondermijnen kapot maken vb: zij hebben de graven op het kerkhof g...
  5. •iets niet in acht nemen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schenden (schade berokkenen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `schenden`.