aanbreken

werkw.
Uitspraak:  ambrekə(n)]
Vervoegingen:  brak aan (verl.tijd enkelv.)

1) beginnen
Vervoegingen:  is aangebroken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `De dag breekt aan.`

2) openmaken en er iets van nemen
Vervoegingen:  heeft aangebroken (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `een pak koek aanbreken`,
`een aangebroken pak melk blijft niet lang goed`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanspreken aanvangen beginnen

3 definities op Encyclo
  • • [erga] beginnen van tijd. • [ov] iets voor het eerst openen.
  • het ontstaan, of laten ontstaan vb: de grote dag is aangebroken Synoniemen: beginnen intreden Tegenstellingen: eindigen ophouden stoppen uitscheiden staken afnokken het o...
  • 1) Aanbraak 2) Aangloren 3) Aanlichten 4) Aansnijden 5) Aanspreken 6) Aanvangen 7) Beginnen 8) Beginnen te schijnen 9) Dagen 10) De dag breekt aan 11) De voorraad openmak...
  • Toon uitgebreidere definities