kapotmaken

werkw.
Uitspraak:  [ka'pɔtmakə(n)]
Vervoegingen:  maakte kapot (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft kapotgemaakt (volt.deelw.)

ervoor zorgen dat iets kapot gaat
Voorbeelden:  `speelgoed van een ander kind kapotmaken`,
`Voor relatiebemiddeling is het te laat; er is teveel kapotgemaakt in hun relatie.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
moeren mollen nekken vernielen

Taaladvies
  1. Schrijf je deze combinatie van een zelfstandig naamwoord en een werkwoord losofaaneen? Zie kapotmaken / kapot maken
  2. Wat is een samengesteld werkwoord? Zie Samengesteld werkwoord


1 definitie op Encyclo
  • 1) Beschadigen 2) Moeren 3) Mollen 4) Nekken 5) Stukbreken 6) Stukmaken 7) Vernielen
  • Toon uitgebreidere definities