126 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zie`
- aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
- Abraham gezien hebben (=50 jaar of ouder zijn)
- als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
- als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
- als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
- apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
- de beren zien dansen (=honger hebben)
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
- de ene bedelaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
- de hakken laten zien (=zich uit de voeten maken)
- de horens laten zien (=zich vijandig tonen)
- de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
- de koning gezien hebben (=dronken zijn)
- de lepelziekte hebben (=weinig eten)
- de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
- de Paus van dichtbij zien. (=dronken zijn)
- de pest aan iets (gezien) hebben (=er een hekel aan hebben)
- de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
- de tanden laten zien (=zich heel erg fel verdedigen)
- de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
- dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
- doe wel en zie niet om. (=toon vriendelijkheid of behulpzaamheid zonder iets in ruil te verwachten)
- doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
- door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
- door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
- door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
- door een eiken plank kunnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
- een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
- een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
- elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
- er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
- er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
- er geen brood in zien (=niet denken dat iets kan werken)
- er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
- er geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
- er muziek in zitten (=er veel van kunnen verwachten en/of plezier van beleven)
- er uitzien als de dood van Ieper (=er slecht uitzien)
- er uitzien als een parnas (=er goed uitzien)
- er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
- er zit muziek in (=het is veelbelovend)
- ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
- eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
- eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
- eruit zien om door een ringetje te halen (=er keurig uitzien)
- eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
- geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
- geen zier (=niets)
- gezien mogen worden (=er goed uitzien)
191 betekenissen bevatten `zie`
- op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
- op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
- het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
- lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
- als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
- waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
- de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
- apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
- lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
- met een been in het graf staan (=bijna dood, ernstig ziek)
- kijken als een hard geschilde aardappel (=bleek zien)
- op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
- water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
- daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
- daar komt de zwarte kat in (=daar komt ruzie van)
- achter de schermen (=daar waar men het niet ziet)
- dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
- achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
- het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
- er geen kijk op hebben (=de oplossing niet zien)
- het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
- de plooien glad strijken (=de ruzie bijleggen)
- het vuur aanblazen (=de ruzie erger maken)
- de hel breekt los (=de ruzie is begonnen.)
- de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
- weten waar de aal kruipt (=de ware bedoelingen van iemand doorzien)
- als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
- de ogen openen (=doen inzien)
- in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
- recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
- liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
- alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
- door de mand vallen (=doorzien worden)
- het beste paard van stal vergeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
- een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
- de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
- een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
- het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. zie getij)
- donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
- te koop lopen/staan (=er bespottelijk uitzien)
- eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
- er oog voor hebben (=er de waarde van inzien of aandacht voor hebben)
- eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
- de beer is los (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek)
- een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
- er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
50 dialectgezegden bevatten `zie`
- `hier zèèk mee munne zèèk`zik, `dè ziek` zeej (=`hier ben ik met mijn urine`zei ik, `dat zie ik` zei hij) (Tilburgs)
- 'k 'n zie geeën affechoazje (=ik merk geen voortgang / vooruitgang (bij werken)) (Waregems)
- 'k oentzieënt (=ik zie er tegenop) (Veurns)
- 'k oentzient (=ik zie er tegen op) (Veurns)
- 'k zeen aa geire (=Ik houd van jou (ik zie u graag)) (Vilvoords)
- 'k Zeent (=Ik zie het) (Mechels (BE))
- 'k zie au gieiren (=ik zie u graag) (Brakels (gld))
- 'k zie gien kluute (=ik zie niks) (Gents)
- 'k zie oa gèren (=ik zie je graag) (Brakels (gld))
- 'k zie ze vliegen (=ik heb grote honger) (Meers)
- 'k zien a geirn (=Ik zie je graag) (Bambrugs)
- 'k zien doo menne peere mee. (=Ik zie daar mee af.) (Rillaars)
- 'k zien ier geen steek vur min ogen (=het is hier zo donker, ik zie niets) (Sint-Niklaas)
- 'k zien liever heur iele dan heur tiëne (=Ik zie ze liever gaan dan komen) (Antwerps)
- 't waerlich! 't waerlich! (=sta mij toe dat ik uw onderbroek zie) (Bilzers)
- 't zie zwet van 't vollek (=er is veel volk) (winksels)
- ‘k zie ‘t kleur van a onderbroek (=tegen iemand die geeuwt) (Kaprijks)
- ' k zie ' t (=Ik zie het) (Hansbeeks)
- ' k zie eu geere (=ik zie je graag) (Gents)
- ' k zien a geire (=ik zie u graag) (Antwerps)
- ' k zien ô gjeiren (=ik zie je graag) (Sint-Niklaas)
- ' k' n zie der mij gieën doen an (=dat is een onbegonnen werk (1° pers. enkv.) ) (Waregems)
- ' t zie zwet van ' t volk (=Het is druk) (Kortenbergs)
- a, ‘t sa toar nog (keunn) op bestoan (=dat zie je van hier) (Kaprijks)
- Aa zie gruun van zjallouzie (=Heel afgunstig zijn) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa zie ze vliege (=Hij is niet goed wijs) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- aai zie zoe schèel as nen otter (=Zijn ogen staan scheel) (Turnhouts)
- ae vangt / sloat d'r neffen / droat deur / zie ze vliegen / ee ne slag van de meulen g'ad (=hij is gek) (Wichels)
- an der dönne zië (=diarree hebben) (Eys)
- As ge van 'n duvel sprikt zie-de / tert-e op zèen'n stèert (=Als je over de duivel spreekt zie je / trap je op zijn staart) (Wichels)
- as-t nôodeg is, zie de ginne pliesie (=wanneer het nodig is, zie je geen politie) (Tilburgs)
- aste van iemëd huls, zieste zën gebraeke nie (=als je van iemand houdt, zie je veel door de vingers) (Munsterbilzen - Minsters)
- azooë zie (de), dad es usprook'n zie! (=goed verwoord! (compliment) ) (Waregems)
- Bo zie (=Waar ben je) (Tongers)
- da geet kneep koste (=zie maar niet op een inspanning) (Munsterbilzen - Minsters)
- da zie je van ier (=daar moet je niet aan twijfelen) (Kortemarks)
- da zieste van haaj (=ben je gek dat zie je van hier !) (Munsterbilzen - Minsters)
- dadaar ik oe toch gezeed (=zie je nou wel) (Oudenbosch)
- dae zie gaat verbörtj, mót oppe blaore zitte (=wie iets doms doet moet er voor boeten) (Weerts)
- Dae zillig wilt sjterve, lit zie good de rechte erve. (=Die zalig wil sterven, laat zijn vermogen de rechthebbende erven) (Mechels (NL))
- Dag, heb ik wat van je an? / Kejje 't zien? Nee? Moeje scheel kijke, dan zie je 't dubbelt. als je wat van me anhad, zou je d'r wel een stukkie beter uitzien!! (=aanstaren /scheel kijken) (Rotterdams)
- dan lupter op kepot (=dan zie je het voor je liggen / staan) (Geldrops)
- dat likter groesdik op (=dat zie je zo!) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat zie allemoal mer finte (=iemand veinst pijn) (Vlijtingens)
- Daud op fijfteg mér honderd joër gelaef (=de drank halveert je leven, maar als compensatie zie je alles dubbel) (Bilzers)
- de bok zën K. (=dat zie je van hier !) (Munsterbilzen - Minsters)
- de bok zen K., (ja) ! (=dat zie je van hier) (Munsterbilzen - Minsters)
- de érmoej kump on de dieër aut (=daar heerst armoede, dat zie je zo!) (Munsterbilzen - Minsters)
- de hoes geen mëlk te gaeve, vër ën koe te zin (=aan het uiterlijk zie je niet steeds of iemand slim of dom is.) (Munsterbilzen - Minsters)
- de knaajn zin al on de kis ont knabbele (=de bobbeltjes zie je al door haar bloesje) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen