Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `verf`

  1. door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
  2. iets in de verf zetten (=beklemtonen, accentueren)
  3. uit de verf komen (=goed bij anderen overkomen / zich doen opmerken)

3 betekenissen bevatten `verf`

  1. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  2. iemand doodverven met iets (=iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)[1])
  3. wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)

Het dialectenwoordenboek kent 8 spreekwoorden met `verf`

  1. Zeels: da komt uit 't peird zij gat (=verfrommeld zijn)
  2. Londerzeels: a jeanke van Brussel (=een verfijnde man)
  3. Munsterbilzen - Minsters: tès zjus e verfraempke (=ze is overdreven geschminkt)
  4. Overmeers: 'n mautsen veirve (=een maatje verf)
  5. Sint-Niklaas: gèt een tiksken veirf op ô broek (=je hebt een spatje verf op je broek)
  6. Sint-Niklaas: 'kèn een klad veirf op min broek gespeet (=ik heb verf op mijn broek gekregen)
  7. Bilzers: dat pak bij mich geen verf (=daar trap ik niet in)
  8. Munsterbilzen - Minsters: asset mich vrigs, geetat geen verf pakke (=als het van mij afhangt, zal dat zeker niet doorgaan)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen