Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `spits`

  1. de oren spitsen (=goed luisteren)
  2. de spits afbijten (=als eerste beginnen met iets (moeilijks))
  3. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  4. het spits afbijten (=ermee beginnen)
  5. op de spits drijven (=te strak een standpunt aanhouden)
  6. spitsroeden lopen (=de fout onder ogen moeten zien en daarop uigelachen worden)

Het dialectenwoordenboek kent 9 spreekwoorden met `spits`

  1. Veurns: pielooër'n (=de oren spitsen)
  2. Genneps: 't kómt nie zö spits (=Niet secuur hoeven)
  3. Brakels: ij ee ne neuze om een bruud te snijn (=hij heeft een spitse (scherpe) neus)
  4. Gents: smaat er en bruut noartoe en t'kom gesneeje weere (=iemand met een spits gezicht)
  5. Westerkwartiers: op 'e spits driev'm (=kost wat het kost doordrijven)
  6. Munsterbilzen - Minsters: mèt ne stêk bau een versjet wor op vastgebonne, stoepde vër de vèsse èn de biëk (=we spitsten de vissen uit de beek op een vork die vastgemaakt was op een lange stok)
  7. Achterhoeks: I-j mot ow gin bonestake op de kop an laoten spitsen (=Al te goed is buurmans gek)
  8. Munsterbilzen - Minsters: zen aure spitse (=scherp luisteren)
  9. Munsterbilzen - Minsters: Waaj de Ford koem, koem ook (te) viël verkeir dür Minster, nie alléén van daaj wo opte Ford wërkde mèr ook van zwaur verkeir vür den heile indestrie ronte Ford (=De Ford fabrieken bezorgden in Munster heel wat verkeersoverlast, niet alleen door de spitsuren van de Fordwerkers, maar ook door camions die naar de nieuwe industriezone trokken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen