Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


18 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ieder`

  1. allemans vriend is iedermans nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  2. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  3. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  4. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  5. ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=Iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  6. ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
  7. ieder huisje heeft zijn kruisje (=er mankeert overal wel iets)
  8. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  9. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  10. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  11. ieder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  12. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  13. ieder voor zich en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
  14. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  15. iedereen moet zijn last dragen (=Ieder heeft zijn problemen)
  16. iedereen wat van de stokvis (=eerlijk delen)
  17. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
  18. voor ieder gat een spijker hebben (=voor elk probleem een oplossing weten)

80 betekenissen bevatten `ieder`

  1. van de daken schreeuwen (=aan iedereen luid kenbaar maken)
  2. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen)
  3. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  4. Waar aas is vliegen kraaien (=Als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  5. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  6. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  7. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  8. met alle winden draaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  9. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen gelijk geven)
  10. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  11. wijd en zijd zijn (=bij iedereen bekend zijn)
  12. Een kaars voor de duivel branden (=Bij iedereen slijmen)
  13. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  14. voor elk wat wils (=er zit voor iedereen wel wat bij)
  15. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  16. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  17. hij zoekt zijn paard en hij zit er op (=hij zoekt iets wat voor zijn neus is, wat iedereen ziet)
  18. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  19. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  20. hutje bij mutje leggen (=ieder draagt bij voor het deel dat die kan)
  21. elk huisje heeft z'n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  22. Iedereen moet zijn last dragen (=ieder heeft zijn problemen)
  23. een goed zeeman wordt ook wel eens nat (=ieder kent zijn tegenslagen)
  24. ieder trekt aan zijn streng (=ieder kiest voor zichzelf)
  25. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  26. de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  27. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  28. de dood kent geen lieve kinderen (=ieder moet sterven)
  29. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  30. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  31. voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  32. wie een kluitje heeft, heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  33. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  34. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  35. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
  36. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  37. Men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  38. iedere heilige komt zijn kaarsje toe (=iedere medewerker moet delen in de eer)
  39. jan en alleman (=iedereen)
  40. Ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  41. de gaande en komende man (=iedereen die komt opdagen)
  42. het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder grenzen)
  43. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  44. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)
  45. elke zot heeft zijn eigen marot (=iedereen heeft ook minder goede eigenschappen)
  46. Een mens is geen aardappel (=iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  47. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  48. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  49. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  50. geen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)

Het dialectenwoordenboek kent 106 spreekwoorden met `ieder`

  1. Volendams: iederien zaalt ze aige mast oeverboord (=ieder moet voor zichzelf zorgen)
  2. Hulsters (NL): ieder zain meug (=iedereen zijn zin)
  3. nuths: de,loemelekrie,mer bezeide iederein,e (=de lompenhandelaar bedroog iedereen.)
  4. Epers: Hee kröp iederene over de rugge (=Hij probeert door iedereen te vleien, iets te bereiken)
  5. Antwerps: ieder zenne meug (=ieder zijn ding)
  6. Waregems: olleman zegge 't deure! (=ieder zegge het voort!)
  7. Zomergems: KOMEREWIJF (=VROUW DIE VAN ieder IETS WEET)
  8. Antwerps: ieder zaaine meug (=iedereen heeft zijn eigen smaak)
  9. Zeeuws: in iedergeval is twi mal twie-e hin vuuve (=in elk geval)
  10. Sint-Niklaas: de koaken van 't gat (=iedere helft van het achterste)
  11. Hulsters (NL): aij is van allendah (=hij kan ieder moment sterven)
  12. Westerkwartiers: elk huus het zien kruus (=ieder huis heeft zijn kruis)
  13. Boakels: den hill Pil(FOUT) (=alles en iedereen)
  14. Harelbeeks: 't lwup in de remonse (=iedereen spreekt er over)
  15. Merenaars: elk zèn keust (=iedereen voor zichzelf)
  16. Westerkwartiers: jan hoagel en zien grootmoeke (=werkelijk iedereen)
  17. Sint-Niklaas: das nen allemanswies (=die hond (mens) floddert met iedereen)
  18. Westerkwartiers: maagst gien stiefkiener moak'n ! (=je moet iedereen gelijk behandelen !)
  19. Roosendaals: G'et mèènse en g'et pottelooje. (=Niet iedereen is even slim.)
  20. Sint-Niklaas: da kan bè nun boer oak veurvallen (=iedereen kan missen)
  21. Waregems: 't zoe nen oudn ond verleën (=iedereen zou het beu worden)
  22. Graauws: slands wijs slands eer (=ieder zijn gewoonte)
  23. Bilzers: goesteng és koop (=ieder zijn smaak)
  24. Zeeuws: achter ieder [h]oogte lei un pit (=dip)
  25. Dunges: vur ieder hondsgezèik (=voor elk ditje en datje)
  26. Harelbeeks: twa olledoage kerresmesse (=het was iedere dag feest)
  27. Westerkwartiers: niet elk schot is 'n eendvogel (=niet iedere poging is raak)
  28. Bilzers: n erm sjoëp wiëd ook gesjoëre onder zene stat (=iedereen gelijk voor de wet)
  29. Tilburgs: un knèèn graoft un hòl omdèt gin kôoj kan timmere. (=iedereen presteert naar eigen vermogen.)
  30. Veurns: 't zien meeër mèènsjch'n die miss'n of enn'n die piss'n (=iedereen vergist zich wel eens)
  31. Waregems: elk ne goen da(g) (=iedereen goeie dag gewenst (bv. in een winkel))
  32. Sallands: iederiene zol willn leem um old te wönn, mar völle wördt'r old zonder te leem. (=iedereen zou willen leven om oud te worden, maar velen worden oud zonder te leven.)
  33. Opglabbeeks: ich kos ieder bieke es lache (=de moed bijna opgeven)
  34. Hoekschewaards: Ast brij reegent heb iederêên een lepel nôôdig (=Als ergens veel behoefte aan is, is het vaak slecht te krijgen)
  35. Bocholtz: jedderenge (=iedereen)
  36. Antwerps: God en klein pierke (=iedereen)
  37. Sint-Niklaas: op ieder potje past e schilken (=iedereen vindt wel iemand om mee te trouwen)
  38. Hulsters (NL): één 'am, ammaol 'am (=iedereen gelijk bedelen)
  39. Opglabbeeks: eeder tzien (=ieder het zijne)
  40. Waregems: elk ip zijn'n toer (=ieder op zijn beurt)
  41. Westerkwartiers: elk zien meug (=ieder zijn smaak)
  42. Lichtervelds: in ieder kot istr etwod (=ieder huisje heeft zijn kruisje)
  43. Tilburgs: ieder pruufke heej zun èège smòkske (=op elk potje past een dekseltje)
  44. Munsterbilzen - Minsters: dae lik iedere daog op me kot (daok) (=met zoiets zit ik iedere dag opgescheept)
  45. Sint-Niklaas: as 't vur niet is loûpe ze de benen van onder older gat (=als het gratis is komt iedereen er op af)
  46. Westerkwartiers: die 't eerst komt, die 't eerst moalt (=ieder op zijn beurt)
  47. Westerkwartiers: elk vogeltje zingt zoas 't bekt is (=ieder spreekt op zijn eigen manier)
  48. Steins: eder huuske haet zien kruuske (=Bij ieder huishouden is wel wat aan de hand.)
  49. Harelbeeks: 'k vroage kik mie da olle doagen of (=ik vraag me dit iedere dag af)
  50. Bilzers: ieder zen goesteng, zaagte boer, en er oetet kénd zen pap op (=ieder heeft een eigen smaak)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen