Spreekwoorden met `die niet`

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `die niet`

  1. `t Mag vloeien, `t mag ebben. die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
  2. die niets ontbreekt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
  3. wie niet wil, die niet zal (=als je geen interesse hebt, moet je er ook geen deel van uitmaken)

18 betekenissen bevatten `die niet`

  1. wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
  2. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begrijpen)
  3. je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  4. van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  5. goederen in de dode hand (=goederen die niet vererven)
  6. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  7. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  8. een kale kip kan nog leggen (=iemand die niets heeft, kan nog voor je werken)
  9. gekke Henkie (=iemand die niets in de gaten heeft (bv. `Je denkt toch niet dat ik gekke Henkie ben ?`))
  10. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  11. dieven met dieven vangen (=mensen die niet eerlijk zijn of gemeen, moet je op dezelfde manier ook behandelen)
  12. over de balk gooien (=onnodig geld uitgeven voor zaken die niet nodig zijn)
  13. in duigen vallen (=plannen die niet doorgaan / uiteenvallen - verloren gaan)
  14. voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
  15. wie liegt bedriegt. (=wie een leugen vertelt doet ook andere dingen die niet mogen)
  16. een blinde schiet soms wel eens een kraai. (=zelfs iemand die niet erg bedreven is heeft soms geluk en doet iets goed)
  17. een blinde kip vindt ook nog wel eens een graankorrel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)
  18. een blind varken vindt ook nog wel eens een eikel. (=zelfs iemand die niet erg intelligent is heeft soms geluk en doet iets goed)

50 dialectgezegden bevatten `die niet`

  1. `dao gieët niks bove d'n hândel` zag Geel en hae ging met twieë hieringe nao Beul (=handel die niet loont) (Weerts)
  2. 't en is gin trop of d'r zit e buk in: in elk gezelschap, in elke familie is er altijd wel één iemand die niet deugt (=er is geen troep of er zit een bok in) (Klemskerks)
  3. 't es d'r stommen ambacht (=zegt men van personen die niet meer met mekaar spreken)) (Meers)
  4. a eighet werm water uitgevonne (=iemand die niet erg snugger is) (Bornems)
  5. Aover de scholder drinken (=Koffie die niet smaakt weggooien) (Achterhoeks)
  6. binne we lyke oud? of 'hewwe wij samen op skoal seten'? (=zijn we even oud? (tegen kinderen die niet met twee woorden spreken) ) (Leewarders)
  7. d'r benn'n meer ziende mens'n die blind benn'n, as blinde mens'n die niet zien kenn'n (=sommige mensen weten niet wat er in de wereld te koop is) (Westerkwartiers)
  8. da smokt do allemo nie eine (=iemand die niet kieskeurig is qua vrouwen) (tervurens)
  9. Da-je niet òp Màrke gân kêike. (=Ga verkering zoeken (iemand die niet zo knap is)) (Volendams)
  10. Dae haet de polfer aug neet oetgevonje (=Iemand die niet slim is) (Swalmens)
  11. dae is 't verzoêpe nog neet waerd (=iemand die niet deugt) (Weerts)
  12. Dae is van alle watere gewesje, behauve wiewater (=iemand die niet deugd) (Steins)
  13. dae is van veure siême en van achtere slup (=iemand die niet zo slim is) (Weerts)
  14. Dao is gein haor good aan (=Iemand die niet deugt) (Weerts)
  15. De toarte è nès. (=wordt gezegd van een taart die niet al te droog is) (Zwevegems)
  16. Dèè hit haan wei 'ne pestoer. (=iemand die niet werkt.) (Genker)
  17. den moet mar bij de schutterij (=Van iemand die niet drinkt) (Genneps)
  18. Dendienn wor strontraupere agter den treen (=Gezegd van iemand die niet veel kan en het nooit ver zal schoppen) (Maldegems)
  19. des génne zuuvere (=iemand die niet te vertrouwen is) (Budels)
  20. die é doûk tweirm woater nie uitgevonnen (=iemand die niet erg snugger is) (Sint-Niklaas)
  21. dië goa noar korniesj da ligt dicht tege de panne (=iemand die niet op reis gaat) (Antwerps)
  22. die niet bespot es, moe nie niezen. (=Als je niet schuldig bent, moet je je niet schuldig voelen) (Evergems)
  23. dien is ok liever leuj dan muug (=iemand die niet graag werkt) (Ransts)
  24. doag huije, doag meurege (=iemand die niet stipt is) (Riemsts)
  25. dunne hond (=iemand die niet te vertrouwen is) (Westfries)
  26. e kieke zoonder kop (=iemand die niet nadenkt voor hij iets zegt of doet) (Geels)
  27. een droeve puiste (=een twijfelaar die niet weet wat hij wil) (Brakels)
  28. Een Mesjokkenaar, gestoorde, gekke Henkie, snuggere Harrie, imbecieltje, mongooltjie (=iemand die niet helemaal in orde is, een niet zo snuggere opmerking maakt, of zich als een gek gedraagt. Of iets uithaalt hetgeen anderen de schrik op het lijf jaagt) (Utrechts)
  29. Eine dae neet sturftj dae laeftj 't langste! (=Iemand die niet sterft die leeft het langste!) (Kinroois)
  30. Eine mins dae neet t' roet geit, dae kumtj nurges (=Een man die niet naar buiten gaat komt nergens) (Kinroois)
  31. Emes mit e gezich wie ein tuut wuif (=Iemand die niet al te vrolijk kijkt) (Steins)
  32. ene sjèle dove (=iemand die niet goed hoort en niet goed ziet) (Riemsts)
  33. enne rowwen duuvel (=Iemand die niet netjes werkt) (Horster)
  34. gaa se scheilen otter (=persoon die niet goed ziet) (Sint-Katelijne-Waver)
  35. ge kun ne kei 't vaal nie afstropen (=die niet heeft kan niet geven) (Sint-Niklaas)
  36. GEI BEU WUSTE (=IEMAND die niet KAN LACHEN) (Zomergems)
  37. gij zuldoeweige op oew kin motte kloppe (=dat is een teleurstelling die niet meevalt) (Oudenbosch)
  38. Hae heet zich beej d'n duûvel gebeergtj (=Iets aan iemand vertellen die niet te vertrouwen is) (Weerts)
  39. hij heeft ze nie alle vijve of hij is maboel (=Iemand die niet bij zijn hoofd is) (Zottegems)
  40. hij was ien Rome, moar het de paus niet zien (=hij was in de gelegenheid, maar benutte die niet) (Westerkwartiers)
  41. Hij zit te geiloegen (=Op iemand wachten die niet afkomt) (Bevers)
  42. hinne mèt watterkonte (=kippen die niet meer aan de leg zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  43. iemand mè puitemacht (=iemand die niet zo sterk is) (Sint-Niklaas)
  44. iënen die nie benaudj ès, krijft uk slaugen (=iemand die niet angstig is, gaat soms ook op zijn bek) (Meers)
  45. Ik wil die niet kwiet (=Ik wil die niet kwijt) (Hoogeveens)
  46. jin me 'n zjèmne tote (zjèm = honing) (=iemand die niet oprecht is) (Wevelgems)
  47. kattekoljeiren (=gramschap die niet lang duurt) (Sint-Niklaas)
  48. Loemp is vis mor de kop deugt ni (=Iemand die niet slim is) (Diesters)
  49. Ne scheefzeekre (=Iemand die niet altijd ernstig is en vaak dwars ligt; ) (Lovendegems)
  50. Nen ezel zwieët vant schaate (=Iemand die niet graag werkt is rap moe) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen