Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `liggen`

  1. aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
  2. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  3. er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
  4. iemand links laten liggen (=doen alsof iemand er niet is, niet bemoeien met iemand)
  5. iets links laten liggen (=ergens geen aandacht aan geven)
  6. iets na aan het hart hebben liggen (=er erg mee begaan zijn)
  7. in een deuk liggen (=onbedaarlijk lachen)
  8. in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
  9. in Morpheus' armen liggen (=slapen)
  10. liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
  11. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  12. onder de groene zoden liggen (=begraven zijn)
  13. op apegapen liggen (=bijna dood of erg benauwd zijn)
  14. op de tong liggen (=zeggensklaar zijn)
  15. op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  16. op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te schieten)
  17. overhoop liggen (=ruzie met elkaar hebben)
  18. samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
  19. voor Pampus liggen (=dronken of bewusteloos zijn)
  20. waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
  21. zwaar op de maag liggen (=iets een moeilijk probleem vinden)

7 betekenissen bevatten `liggen`

  1. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  2. een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
  3. zich uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  4. zich een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, niet meer bijkomen van het lachen)
  5. op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te schieten)
  6. kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
  7. zo ziek als een hond zijn (=zeer ziek zijn, doodziek op bed liggen)

Het dialectenwoordenboek kent 73 spreekwoorden met `liggen`

  1. Westerkwartiers: dat hemm'n ze legg'n loat'n (=liggen - dat hebben ze laten liggen)
  2. Bilzers: terwiës zitte (ligge) (=dwarszitten (-liggen)
  3. Diesters: appele veur pijre verkoeëpe; em liggenemme (=iemand iets aansmeren)
  4. Amsterdams: Voor pampus liggen (=Bewusteloos liggen, Stomdronken liggen)
  5. Zeels: em een vore rêen (=iemand liggen hebben)
  6. Munsterbilzen - Minsters: iemed te graoze pakke (=iemand liggen hebben)
  7. Munsterbilzen - Minsters: iemes ne kloet aoftrèkke (=iemand liggen hebben)
  8. Achterhoeks: dee hebt 't nust onder n boom liggene (=ze gaan scheiden)
  9. Sint-Niklaas: in lijk liggen (=afgelegd zijn)
  10. Alblasserdams: korties bij dichies legge/zitte (=dicht bij elkaar liggen/zitten)
  11. Diesters: ne vuielen truk gebruike; liggenemme;me zen kloeëte ( voete ) spele; ne kloeët aftrekke; ieëne aftrekke, vals speele (=beetnemen)
  12. Oudenbosch: ijee ligge slaope as nun os (=hij heeft hard liggen snurken)
  13. Ossies: In de nisse stoan (leége)\r\n\r\nIn de weeg stoan (=In de weg staan (liggen))
  14. Oudenbosch: dur groeit gras op zunne buik (=op het kerkhof begraven liggen)
  15. Merenaars: da ligt dor weer te raun (=slordig in de weg laten liggen)
  16. Hams: ge et da hier weer louten rein (=je hebt iets laten liggen)
  17. Rillaars: Ze hemme me (goe) boè m'n kloeëte. (=Ze hebben mij goed liggen.)
  18. Bilzers: ze hèt 'm fêrm verniëk (=zij heeft hem goed liggen)
  19. Sint-Niklaas: ei éént ô zè zeel (=hij heeft het zitten, ze hebben hem liggen)
  20. Bilzers: ich hübmech toch wir get lette opsolfere (=ze hebben me weer liggen gehad)
  21. Munsterbilzen - Minsters: iemed liggen hübbe (=iemand de baard afdoen)
  22. kapels: met de hoos oet liggen (=een kater hebben)
  23. Vechtdals: laankuut lingn (=languit liggen)
  24. Zottegems: on koentses liggen (=op het kerkhof liggen)
  25. Merenaars: iet alfstiejert lotte liggen (=iets onafgewerkt laten liggen)
  26. Sint-Niklaas: die lig daltit te krawietelen in 't bedden (=die kan niet stil liggen in bed)
  27. Munsterbilzen - Minsters: ich lot mich mene keis nie pakke (=ze gaan me niet liggen hebben)
  28. Sint-Niklaas: zèn èm bé zènne schreper, ei eent ô zè zeel (=ze hebben hem liggen (te pakken))
  29. Iepers: Bie Scherre goan liggen (=op Iepers kerkhof begraven worden)
  30. Merenaars: onder de slasj liggen (=thuis niet veel te zeggen hebben)
  31. Venloos: ze haet het kerkbook aope liggen (=hitsige vrouw)
  32. Zeeuws: Goed geboerd liggen (=De zaakjes voor elkaar hebben)
  33. Weerts: Waat de kop vergitj, mótte de bein besnete (=Als je iets hebt laten liggen, moet je terug gaan)
  34. Klemskerks: in 't dek lign: gezegd van zaken die stilgevallen zijn, die geen voortgang boeken. Bv. Doordat ik met mijn been in de plaaster zit, ligt mijn verbouwing voorlopig in 't dek. (=in 't dek liggen)
  35. Amsterdams: voor munt leggen (=op straat liggen)
  36. Waregems: ol te perre li(g)'n (=overhoop liggen)
  37. Evergems: k'et zitten (=ze hebben mij liggen)
  38. Sint-Niklaas: iemand ne poater schilderen (=iemand liggen hebben)
  39. Munsterbilzen - Minsters: iemed snoere (=iemand pakken of hebben liggen)
  40. Westlands: hij leg op z'n nest. (=op bed liggen)
  41. Waregems: ip vinkeslag li(g)n (=op de loer liggen)
  42. Genneps: Rö.ste ien 't pie.rekuuleke (=Op het kerkhof liggen)
  43. Zunderts: da plocht in de stal te motte liggen (=dat zou in de stal moeten liggen)
  44. Ninoofs: op a slep liggen (=verslapen)
  45. Nijlens: ke'm m bei zen pitje (=Ik heb hem beet/liggen)
  46. Aalsters: ik gon a isj ne poater schiljer'n (=ik zal u liggen hebben)
  47. Sint-Niklaas: ei eent ô zenne schreper (=ze hebben hem liggen)
  48. Wolvertem: kzalem es zjuzeke late zien (=zal hem eens liggen hebben)
  49. Evergems: Sen in mijn roap'n gescheet'n (=Ze hebben mij goed liggen gehad)
  50. Beerses: in de lapmand liggen (=ziek zijn)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen