Spreekwoorden met `ogen`

Zoek


82 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ogen`

  1. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  2. daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
  3. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  4. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  5. de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
  6. de ogen luiken (=sterven)
  7. de ogen openen (=doen inzien)
  8. de ogen uitsteken (=jaloers maken)
  9. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  10. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  11. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  12. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
  13. de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
  14. de voorsten doen wat de achtersten niet mogen (=wie eerst komt is in het voordeel)
  15. de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
  16. dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  17. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
  18. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
  19. geen naam mogen hebben (=niets te betekenen zijn)
  20. gewogen en te licht bevonden (=na onderzoek afgekeurd zijn)
  21. gezien mogen worden (=er goed uitzien)
  22. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  23. grote ogen opzetten (=erg verbaasd zijn)
  24. haken en ogen geven (=iets heeft veel moeilijkheden)
  25. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  26. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  27. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  28. het licht in de ogen niet gunnen (=niets gunnen, er niets van kunnen verdragen)
  29. hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
  30. horen zeggen is half gelogen. (=wat je via via hoort is niet altijd waar)
  31. iemand de ogen openen (=iemand inzicht geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
  32. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  33. iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
  34. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  35. iemand het licht in de ogen niet gunnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
  36. iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
  37. iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
  38. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  39. iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
  40. iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
  41. iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
  42. iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  43. iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  44. iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
  45. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
  46. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  47. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  48. je de ogen uit het hoofd schamen (=erg beschaamd zijn)
  49. je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  50. je netten drogen (=uitrusten na dronkenschap)

42 betekenissen bevatten `ogen`

  1. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  2. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
  3. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  4. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  5. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
  6. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  7. een uiltje knappen (=een dutje doen (zogenaamd een vlinder vangen))
  8. op de wipstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  9. op de wip zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  10. op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  11. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  12. iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
  13. naar de maan lopen (=het wel mogen vergeten / weg moeten gaan)
  14. het is van de gekke (=het zou niet mogen)
  15. het is onbestaanbaar. (=het zou niet mogen bestaan, het is een schande)
  16. voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  17. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  18. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  19. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  20. een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
  21. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  22. een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
  23. een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
  24. ter elfder ure (=op het laatste ogenblik)
  25. op de valreep (=op het laatste ogenblik)
  26. met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
  27. tot de jaren des onderscheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
  28. aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
  29. de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  30. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  31. een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  32. je woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)
  33. de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
  34. rust roest (=wanneer je niets doet gaat je vermogen achteruit)
  35. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  36. wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)
  37. voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
  38. wel onder zijn zolen kunnen schrijven (=wel mogen vergeten)
  39. wie liegt bedriegt. (=wie een leugen vertelt doet ook andere dingen die niet mogen)
  40. vogeltjes die zo vroeg zingen zijn voor de poes (=wie zo vroeg wil genieten komt bedrogen uit)
  41. het is een wijze man, die maat ramen kan. (=wijsheid komt van het vermogen om situaties te begrijpen en hoe daar op te reageren)
  42. geen haring zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenschijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)

50 dialectgezegden bevatten `ogen`

  1. 'k em d'uuëgen uit mèene kop geschrieëd (=ik heb de ogen uit mijn hoofd gehuild) (Wichels)
  2. 'k Heb vannacht gien wenk in de ogen had. (=Ik heb de hele nacht niet geslapen) (Drents)
  3. 'k zien ier geen steek vur min ogen (=het is hier zo donker, ik zie niets) (Sint-Niklaas)
  4. 'n schip op 't strand, is 'n boak'n ien zee (=houdt het ongeval van iemand anders voor ogen) (Westerkwartiers)
  5. 't piekt in d' ooë'n (=het prikkelt in de ogen) (Waregems)
  6. 'Tsà nog wès in jen oahen druupe (=Het zal nog wel eens in je ogen druipen) (Zeeuws)
  7. ‘t is vo jen ogen ut te blèt’n (=Dat is heel triest) (Iepers)
  8. ' kè geen ogen op minne rug zulle (=ik kan niet alles zien) (Sint-Niklaas)
  9. aai zie zoe schèel as nen otter (=Zijn ogen staan scheel) (Turnhouts)
  10. achter de pette kiekn (=stil gebed waarbij de pet voor de ogen ging) (Zeeuws)
  11. Akelig, ‘n akelig brokkie (=Een stukle (papier oid) wat net niet geschikt is voor het doel datje voor ogen had. Ook: een lastig stukje van de route.) (Volendams)
  12. as ich daaj zien, hëb ich gëaetë en gedroenkë (=van die heb ik buik en ogen vol) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. As je niet maok dat je wegkompt/ Onder m'n ogen uit (stuk verdriet).. etc (=Onder m'n ogen uit / Ben je wel normaal / Ga weg:) (Utrechts)
  14. aste toeres niks te doen hübs, kommet dan haaj ook nie doen (=blijf onder mijn ogen uit als je zit te niksen) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. aut zën koetër kieke (=uit zijn ogen kijken, opletten) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. Azzen fullem. (=Iets onverwachts, dat zich voor je ogen afspeelt.) (Zaans)
  17. bedrogen dat den doom uut zun ogen komt (=erg bedrogen) (Veurns)
  18. dae ziet mér de hëlf vannët sjaun waer (=die maakt maar weinig mee wat er voor zijn ogen gebeurt) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. dat figuur is noch te lui om uut 'e ogen te kieken (=hij is ongelofelijk lui) (Leewarders)
  20. dat oogt hiel wat (=ogen - dat oogt heel wat) (Westerkwartiers)
  21. de kat oppet spek bènne (=de ogen uitsteken) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. de kons het aoflaeze van ze geezich (=je ziet het zo aan zijn ogen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. de liegs daste zwat wiës (=ik zie het aan je ogen dat je liegt) (Bilzers)
  24. de ogen aut zëne kop kieke (=verwonderd of ontzet toekijken) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. De ogen staon em krang in de kop (=woede en boosheid straalt hem uit de ogen) (Kampers)
  26. De ogen vör de kop hèbbe hange (=Erg vermoeid en slaperig zijn) (Genneps)
  27. De schellen vleugen hum van d` ogen (=De schellen vlogen hem van de ogen) (Hoogeveens)
  28. de skellen binne my fan 'e ogen fallen (=nou begrijp ik hoe dat (zaakje) in elkaar steekt) (Leewarders)
  29. Dek je mei je kloef'n (=Verdwijn uit m'n ogen) (Veurns)
  30. Die ef de ogen groter dan de maege (=Geeft meer uit dan het toe laat) (Giethoorns)
  31. Dje moet oer kuit oape haave (=Je moet je ogen openhouden en opletten) (Walshoutems)
  32. Doe je ogen eens los (=Doe je ogen eens open) (Arnhems)
  33. Doe most die de ogen oet de kop schoamen (=Jij moet je diep schamen) (Gronings)
  34. dóet oer kuit oupe (=doe u ogen open) (Sintrùins)
  35. doet zen koeter oëpe (=open je ogen) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. e lief mèt zen ooge bènne doen (=de beste kus is niet die met de mond maar wel die met de ogen) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. e stoat te gloarie'ogen (=iets met grote ogen bekijken) (Iepers)
  38. gè è kattestront in ô ogen zeker? (=zie je dat niet?) (Sint-Niklaas)
  39. gebruuk dien ouge en oere (=gebruik je ogen en oren) (Mestreechs)
  40. gin oogn genoeg en voe ... (=Grote ogen opzetten) (Veurns)
  41. Gôat toch noa bedde, iej zitten doar mit zokker dòpogen te kieken (=ogen moeilijk openhouden door slaapje) (Epers)
  42. Haat ver daste trouws zen ooge goed oëpe, mer kniep ze ternoë wol es tau! (=voor het huwelijk : ogen open, na het huwelijk : soms 1 oogje dicht!) (Bilzers)
  43. hae kiektj zich de ouge oet de kop (=hij kijkt vol verbazing om zich heen; hij kijkt z’n ogen uit) (Heitsers)
  44. hae kos mich daud kieke (=met zijn ogen kon hij me wel doden) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. hae lot zich bezeeke bau tër zelf bij steed (=hij trapt er met open ogen in) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. hae zoeg waol kleire van de raengerboeëg (=de schilder zag het zwart voor de ogen toen hij van de ladder viel) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. Heb mun ogen niet in mun zak zitten hoor ! (=Ik zie alles goed.) (Utrechts)
  48. hëbstë al auts ne knijn gezien mèt ne bril op (=wortelen zijn goed voor de ogen !) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. Hee hef de ogen krange in de kop. ( ) (=Hij ziet er niet goed uit.) (Aaltens)
  50. iech tok diech op d'n pupse (=ik sla je op je ogen) (Mestreechs)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen