223 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `di`
- `t Mag vloeien, `t mag ebben. die niet waagt zal `t niet hebben (=je moet niet denken als je niets onderneemt dat ze het dan bij je thuis komen bezorgen)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- aan alle dingen komt een eind. (=alles verandert)
- aan de dijk zetten (=ontslaan)
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- achter de gordijntjes smullen (=in stilte opeten)
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
- alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
- alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
- alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
- als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
- als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
- als proefkonijn dienen (=dienen voor een of ander experiment)
- als sardientjes in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
- beproeft alle dingen en behoudt het goede. (=weet wat er allemaal is, maar doe alleen de goede dingen)
- beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
- beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West thuis best)
- broodnodig (=onmisbaar)
- conditio sine qua non (=een onvermijdelijke voorwaarde) (Latijn)
- dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
- de aanval is de beste verdediging (=je kunt in een strijd of ruzie beter zelf actie ondernemen dan afwachten)
- de boter en de kaas te dik gesneden hebben (=te veel verteerd hebben)
- de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebeuren moet)
- de dingen bij hun naam noemen (=zeggen waar het op staat)
- de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
- de domste boeren hebben de dikste aardappelen (=met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
- de dood of de gladiolen (=er vol voor gaan, zonder compromissen.)
- de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
- de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
- de gestadige jager wint (=regelmatig doorzetten geeft het beste resultaat)
- de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
- de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
- de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
- de lading binnen hebben (=dronken)
- de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
- de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
- de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
- de paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
- de Paus van dichtbij zien. (=dronken zijn)
- de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
- de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
- de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
- de tafel de nodige eer bewijzen. (=smakelijk gaan eten.)
- de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
- de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
- denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=je moet niet te veel denken)
- die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
704 betekenissen bevatten `di`
- distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- distels breken is distels kweken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- distels trekken is distels stekken (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
- op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
- in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) beschuldigen)
- haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw tot in fijne details)
- op kop staan (=aan de leiding staan)
- aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
- fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
- in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
- op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
- kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
- al te wit is gauw vuil. (=al te grote liefde is niet bestendig)
- het tafellaken doorsnijden (=alle bindingen met iemand verbreken)
- de derde streng houdt de kabel. (=alle goede dingen bestaan in drieën)
- achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
- zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)
- lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
- iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
- wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duidelijk)
- het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
- als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
- als de herder dwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
- als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
- de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
- eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
- wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
- gaan doet komen (=als je ergens moeite voor doet komen dingen ook jouw kant op)
- wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
- als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
- in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
- wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
- een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
- handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
- wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
- kalmte zal je redden (=als je rustig blijft gaan de dingen beter)
- oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
- zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
- altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
- je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
- breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
24 dialectgezegden bevatten `di`
- di aug staut in ’t geskieë (=de haag staat op de scheidingslijn) (Meers)
- di bin dr hin viere bedurven (=dat is een paar apart) (Zeeuws)
- di bin k vet bie (=schiet niet op) (Zeeuws)
- di bin k zo hroe-asop (=daar ben ik erg trots op) (Zeeuws)
- di ek mn buuk van vol (=genoeg) (Zeeuws)
- di hé mazzel (=hij heeft geluk gehad) (Liessents)
- di heit stroengt anzn schoenen (=een hoogmoedig mens) (Flakkees)
- di is 'n veis kweit (=die is gek geworden) (Bevers)
- di is hin puut in de poele die a zo ie-et (=over naam) (Zeeuws)
- di is hlad niks vanan (=niet waar) (Zeeuws)
- di kank mi mn pette nie bie (=begrijp het niet) (Zeeuws)
- di kunn der we twie-e van e mikt worren (=gezet persoon) (Zeeuws)
- di lopt un streepje deur (=niet zon bij de hand persoon) (Zeeuws)
- di mo i je boeantjes menie op te wie-e-ken lenn (=daar moet je niet te vast op rekenen) (Zeeuws)
- di mo k er of plumen van en (=daar moet ik het mijne van weten) (Zeeuws)
- di mok er of plumen van en (=daar moet ik het mijne van hebben) (Zeeuws)
- di zit ik niet mie te zwie-etten (=daar kan ik niet mee zitten) (Zeeuws)
- di zu nie op meinen teen meuge kakken (=Over een dikke persoon zegt men.) (Bevers)
- di zun ze nog poes (poets) aan kriehen (=dat is een vlug kind daar kan je nog wat mee beleven) (Zeeuws)
- di zun ze poes an kriehen (=bijdehand kind) (Zeeuws)
- hoe schrieft di / die zich? (=hoe heet hij / zij?) (Horster)
- jie dogt a k di e wist wazze (=dacht je dat ik...) (Zeeuws)
- oekomje di noe an (=hoe kom je daar nu bij) (Zeeuws)
- zou tn di zn broek nie an schoorn (=weinig) (Zeeuws)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen