Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `vogel`

  1. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  3. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  4. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  5. de vogel is gevlogen (=de dader is was al weg (of gevlucht))
  6. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  7. een gladde vogel (=iemand die zich overal weet uit te redden op slinkse wijze)
  8. een pechvogel (=iemand die steeds tegenslag heeft)
  9. een slimme vogel (=een handig persoon met overal een oplossing voor)
  10. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleinigheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  11. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  12. Een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=Wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  13. een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)
  14. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook iets over de aard, het karakter)
  15. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  16. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  17. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  18. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  19. het zijn vogels van enerlei veren (=ze zijn eender)
  20. in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk - aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
  21. men kent een vogel aan zijn veren (=men kent de mens aan zijn gedragingen)
  22. vogels van diverse pluimage (=mensen met allerlei diverse achtergronden)
  23. vogeltjes die zo vroeg zingen zijn voor de poes (=wie zo vroeg wil genieten komt bedrogen uit)
  24. zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)
  25. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)

Eén betekenis bevat `vogel`

  1. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)

Het dialectenwoordenboek kent 39 spreekwoorden met `vogel`

  1. Mechels (NL): A gen Vaogelsjtang (=Bij de vogelstang)
  2. Helmonds: ons moeder zijn vogeltje (=moeder)
  3. Balens: de vogels langen (=de eieren van de vogels roven)
  4. Liessents: kwaap (=net uit het ei gekropen vogeltje)
  5. Oudenbosch: das ne goeie om in dun kerseboom thaange (=hij ziet er uit als een vogelverschrikker)
  6. Ransts: de joeng zen uitgeleend (=jonge vogeltjes die voor het eerst uitvliegen)
  7. Overmeers: nen nest veugeljonskens (=een nest vogels)
  8. Sint-Niklaas: paddere mus (=jong vogeltje zonder pluimen)
  9. Zeeuws: aentjes en oentjes (=vogeltje op de kruk)
  10. Sint-Niklaas: zènne spriet (zèn vogelmuit) stoddopen (=zijn gulp staat open)
  11. Westfries: wat 'n portret (=Wàt een vreemde vogel)
  12. Sallands: dät vögeltien ef een nussien ebouwd (=dat vogeltje heeft een nestje gebouwd.)
  13. Sint-Niklaas: 'k zal tèn ies e vogelke vur ô vangen (=iemand een loze belofte doen)
  14. Kinrooi: Ich en bekans alle veugel zitte dèk in nèste. (=Ik en haast alle vogels zitten vaak in nesten.)
  15. Overmeers: 'n zwesse veugels (=een zwerm vogels)
  16. Wetters: een zwesse (=een zwerm vogels)
  17. Antwerps: agge dieje ze verstaand in e vogeltje stekt, vlieget achteroat ! (=Hij is oliedom)
  18. Westerkwartiers: elk vogeltje zingt zoas 't bekt is (=ieder spreekt op zijn eigen manier)
  19. Weerts: stinke as 'n hoep (=heel erg stinken (een hop = 'n vogel))
  20. Munsterbilzen - Minsters: aste nix pax,nix hubs (=Liever één vogel in de hand,dan geen hand)
  21. Westerkwartiers: die vogel is vloog'n (=die persoon is er vandoor)
  22. Antwerps: de ploime moake de vougel (=de pluimen maken de vogel)
  23. Lommels: ien lommel zegge ze tegen alle vogels mus, behalve een mus dé is ne sjeirepper (=In lommel zeggen ze tegen alle vogels mus, behalve tegen een mus dat is een sjierepper)
  24. Heldens: Batere ein mus in de hangk, dan tien in de lôch (=beter een vogel in de hand dan tien in de lucht)
  25. Munsterbilzen - Minsters: bau gebiërt niks verkeird (=ook vogels zitten al eens in (lelijke) nesten)
  26. Munsterbilzen - Minsters: baeter en haaf ee as ne liëge dojer (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht)
  27. Nijswiller: beater inge vògel i gen hand, da tieën i gen loeët (=beter een vogel in de hand, dan 10 in de lucht)
  28. Venloos: As d'n oerworm vogels vraet, dan is de shoarma nog neet riep. (=De dagen worden alsmaar korter.)
  29. Harelbeeks: betre jine veugle in d'an of tiene in de luh (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht)
  30. Munsterbilzen - Minsters: baeter verloeëre dan nauts gehad (=beter één vogel in de hand dan tien in de lucht)
  31. Westerkwartiers: da's 'n slimme vogel (=dat is een kien iemand)
  32. Westerkwartiers: hij liet de vogel over 't net vlieg'n (=hij liet zijn kans voorbijgaan)
  33. Holsbeeks: dè snee klopt lak 't gat van nen doeë vuigel (=ik voel een kloppende pijn in die wonde (die snede klopt gelijk het gat van een dode vogel))
  34. Kinrooi: Dao zitj versjil in e veugelke det zich doeëdflötj en e ein fluit diej zich doeëdvogeltj. (=Er zit verschil in een vogeltje dat zich dood fluit en een fluit die zich doodvogelt.)
  35. Westerkwartiers: God geft de vogels eet'n, mor ze moet'n d'r wel veur vlieg'n (=God geeft de vogels voedsel, maar ze moeten er wel wat voor doen)
  36. Heldens: Baeter ein mus in de hangk, dan tien in de lôch (=beter een vogel in de hand dan tien in de lucht)
  37. Westerkwartiers: je kenn'n de vogel an zien veer'n (=je herkent iemand aan zijn doen en laten)
  38. Westerkwartiers: de vroege vogel vangt de wurm (=wie vroeg begint kan veel verdienen)
  39. Drents: Aj een ekster vortjaagd kriej een bonte vogel weer (=Geef geen opdracht die iemands kunnen te boven gaat)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen