Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `doet`

  1. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  2. april doet wat hij wil (=april geeft onvoorspelbaar weer)
  3. dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
  4. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  5. de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
  6. een gedwongen eed doet/is god leed (=een afgedwongen belofte wordt niet gehouden)
  7. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  8. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  9. goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  10. goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  11. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  12. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet)
  13. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  14. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  15. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
  16. veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)
  17. verandering van spijs doet eten (=eens iets anders te doen doet de mens goed)
  18. wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
  19. Wortelen doet `t gat bortelen. (=Het eten van wortelen bevordert de stoelgang.)
  20. zeggen wat je doet en doen wat je zegt (=proactief communiceren en je houden aan toezeggingen)
  21. Zien eten doet eten. (=Iemand zien eten bevordert de eigen eetlust.)

48 betekenissen bevatten `doet`

  1. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  2. als de herder verdwaalt dolen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  3. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  4. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  5. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  6. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  7. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  8. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  9. eer is teer (=beledigd worden doet pijn)
  10. dat geeft de burger weer moed (=dat doet goed)
  11. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  12. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  13. het bloed spreekt (=de familieband doet zich opmerken)
  14. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet)
  15. met de wolven (in het bos) huilen (=doen wat de meerderheid doet)
  16. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  17. verandering van spijs doet eten (=eens iets anders te doen doet de mens goed)
  18. niet over een nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  19. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  20. heb het hart eens (=heb de moed om dat te doen. (Eigenlijk: als je dat doet, zal ik je ongenadig straffen))
  21. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  22. Hij geeft er niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=Hij doet overal voordeel mee, ongeacht de gevolgen voor anderen)
  23. hij is zo gesloten als een oester (=hij doet zijn mond niet open en kan een geheim bewaren)
  24. Hij kan door een eiken plank zien als er een gat in zit (=Hij is niet zo bijzonder als hij zich voordoet)
  25. het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wil zonder grenzen)
  26. een profeet die brood eet (=iemand die waardeloze voorspellingen doet)
  27. een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
  28. zijn meester gevonden hebben (=iemand gevonden hebben die beter is, het beter doet)
  29. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  30. in de running (=in competitie - doet nog mee)
  31. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
  32. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  33. je kunt van mij de pot op (=je doet maar waar je zin in hebt)
  34. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (=Men doet alles wat hij wil)
  35. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  36. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  37. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  38. omwille van het smeer likt de kat de kandeleer (=omwille van het loon doet men een werk)
  39. oude bomen moet men niet verplanten (=oude mensen doet men liever niet verhuizen)
  40. iemand op de vingers kijken (=steeds kijken wat iemand doet, en of die het goed doet)
  41. de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
  42. de ene dienst is de andere waard (=wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug)
  43. rust roest (=wanneer je niets doet gaat je vermogen achteruit)
  44. de rollen omkeren (=wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom)
  45. wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
  46. het kwaad loont zijn meester (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
  47. het kwaad straft zichzelf (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
  48. die wind zaait zal storm oogsten (=wie kwaad doet, zal er uiteindelijk zelf de gevolgen van dragen)

Het dialectenwoordenboek kent 204 spreekwoorden met `doet`

  1. Bilzers: doetmér, mérnie én de broek (=vooruit met de geit)
  2. Antwerps: wa doetem (=wat doet hij)
  3. Liedekerks: zet a neè en doetj de deer toe (=een berisping)
  4. Antwerps: assem het doe,doetem het goe (=als hij iets doet, is het goed gedaan)
  5. Bilzers: doetse men komplemente (=doe ze de groeten)
  6. Oudenbosch: doettut zo zeer ? (=heb je zo n pijn ?)
  7. Munsterbilzen - Minsters: doetet tegoej en nie verkeird (=veel succes !)
  8. Heusdens: doetet tegoj (=doe het goed)
  9. Oudenbosch: ge mot oew eige kietele ; un aander doetut nie (=soms moet je jezelf verwennen)
  10. Oudenbosch: doetum da mar es nao (=probeer dat ook maar eens)
  11. Bilzers: doetet mét de vingers of doetet mette daum,t vrouke krait en naote praum (=Alle middelen zijn goed om je doel te bereiken)
  12. Boakels: dê duut ie nie (=dat doet hij niet)
  13. Sint-Niklaas: da toe neig zeer (=dat doet veel pijn)
  14. Munsterbilzen - Minsters: das mich egaol (=doet er niet toe !)
  15. Lokers: ij angt de koven uit (=Hij doet gek, onnozel)
  16. Zeeuws: ie beschiet niks (=hij doet niks)
  17. Deinzes: Toe ziere (=Het doet pijn)
  18. Aalsters: mé gat doe zjier (=mijn achterwerk doet pijn)
  19. Munsterbilzen - Minsters: doette drapperieë mèr tau wan ich viel mich gezjeniërd èn mene blaute (=doe de gordijnen maar dicht, ik voel me onprettig zonder kleren aan)
  20. Steins: Dat pitsj ! (=Dat doet pijn !)
  21. Munsterbilzen - Minsters: doeter nog mèr e sjupke boëvenop (=gooi nog maar wat olie op het vuur)
  22. Twents: dat doot de dure, deure too (=dat doet de deur dicht)
  23. Westerkwartiers: die hond dut niks heur (=die hond doet niets hoor)
  24. Oudenbosch: jaa jong tis wa (=je doet er helaas niets aan)
  25. Sint-Niklaas: ier kunde me doûdnijpen (=hier doet het erg veel pijn)
  26. Sint-Niklaas: ei voagt er zèn kloûten oan (=hij doet geen moeite)
  27. Westerkwartiers: hij dut 't pioano an (=hij doet het kalm aan)
  28. Drents: Die hef altied zien zundagse jas an (=Hij doet niet veel.)
  29. Westerkwartiers: hij zet alles op hoar'n en snoar'n (=hij doet zijn uiterste best)
  30. Westerkwartiers: de pokkel dut mij zeer (=heel mijn lichaam doet pijn)
  31. Texels: Je doet wot je doet, maar lèège is de baas (=Uiteindelijk moet men toch rust nemen)
  32. Munsterbilzen - Minsters: de zossem e knêpke gaeve (=wat doet hij toch maar ?!)
  33. Westerkwartiers: zij lopt zich uut de noad (=zij doet haar uiterste best)
  34. Westerkwartiers: dat roakt 'em heul'ndaal niet (=dat doet hem helemaal niets)
  35. Schijndels: bitter'n auw perd kapot als un jong overstuur (=de oudere generatie doet het wel)
  36. Bilzers: Dae sjikste mèt 'n maol êrte dér Bilze aut (=Die doet alles wat je vraagt)
  37. turnhouts: aai geboart van krommen oas (=Hij doet alsof hij van niets weet)
  38. Munsterbilzen - Minsters: hae geet vër zen broek te verslijte (=hij doet niets op school)
  39. Roermonds: Hae kiek es of hae in Zjwame is gebaore (=Hij doet of hij van niets weet)
  40. Westfries: Die ken 't heit douge (=Hij geeft geen krimp, doet 'm heel weinig!)
  41. Geels: ne seksewachter (=iemand die de controle doet voor de gezinsverpleging)
  42. Westerkwartiers: een kat ien 't nauw mokt roare sprong'n (=in gevaar doet men soms rare dingen)
  43. Wetters: hij zoo ziijn eigen moeder verkuupen (=iemand die alles doet voor het geld)
  44. Ninoofs: das toch wel iets gescheten !! (=over iemand die alles uitspookt of rare dingen doet)
  45. Bilzers: as lëlek zin paajn doeg, dan wont haaj get aofgesnotterd (=lelijk zijn doet geen pijn)
  46. Twents: wat sas, as dös was kaans (=wat moet je, als je doet wat je kunt)
  47. Weerts: korte lidjes zeen gauw gezônge (=Wat je niet graag doet is gauw gedaan)
  48. Twents: wat sas as dös was koans (=wat zul je als je doet wat je kan)
  49. Lichtervelds: je doet olles in dn duuk (=hij doet alles in het geniep)
  50. Lebbeeks: faur: Da's zijne faur (=Daar is hij sterk in / Dat doet hij graag)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen