Spreekwoorden met `wat`

Zoek


50 dialectgezegden bevatten `wat`

  1. doechet paajn waajsteautten hiemel voels (=hé, wat ben jij toch een knap ding!) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. doeë bèn ich vèt mèt! (=wat ben ik daar mee) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. doeë ès niks wat jich (=het is niet dringend) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. doeë gon der twelf van èn e dozijn en dattein èn e bèssëlke (=wat je me nu vertelt, betekent ook niet veel) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. doeë hëbste wir get opgelojd (=daar heb je weer wat op je hals gehaald (vriend, vriendin, werk)) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. doeë konste dich lëlëk aoën begoje (=daar heb je wel wat werk aan) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. doet dich nog mér ën sjöp drek terbij (=maak het nog maar wat erger dan het al is) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. doet ëns get lich aoën, ich zien nie wat ich zèg ! (=wat is het hier toch donker !) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. doet er wat op? (=is er iets) (Zeeuws)
  10. Doet ies een efforken (=Span je eens wat in) (Hams)
  11. doet nog mér ë sjupke trop (=ga nu nog maar wat overdrijven) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. doet zën koeter dan tegoej oëpe! (=let eens wat beter op!) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. doet zën koetër mét get baeter oeëpe (=let maar wat beter op !) (Munsterbilzen - Minsters)
  14. doeter nog mèr e sjupke boëvenop (=gooi nog maar wat olie op het vuur) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. doo wat ie zegt dan leeg ie nich (=doe wat je zegt dan lieg je niet) (Twents)
  16. Doo wat ow good döch (=Als je kiezen moet) (achterhoeks)
  17. Doo wat ow good döch. (=Doe wat je het beste lijkt.) (Aaltens)
  18. dor bèk wa tegen gekommen! (=daar heb ik wat beleefd (tegengekomen)!) (Sint-Niklaas)
  19. dor prot Lub (=hij zegt ook wat) (Urkers)
  20. dr bin dr hin viere bedurven (=een stel wat niet deugt) (Zeeuws)
  21. dr zit wat in dat de kat nie lust (=heet) (Klazienaveens)
  22. drèed dat pleutje nouw mèr eum. (=vertel nu eens wat anders) (Tongers)
  23. Drie vingers, pink en doim! (=wat is er aan de hand?) (Zaans)
  24. droenke gezeid is nuchter gepeisd: onder invloed van drank zegt men wat men werkelijk denkt (=dronken gezegd is nuchter gepeinsd) (Klemskerks)
  25. Du kins mich d'r poekel aaf roetsje (=Je kunt me wat) (Mechels (NL))
  26. dun ene vullik bij dun aandere gaod altijd goed (=wat bij elkaar past gaat goed) (Oudenbosch)
  27. Dunne plekskes sniën, is ' t behold van de wörste (=zuinig aan, dan hou je wat over) (Achterhoeks)
  28. dur is hêen zehhen aon! (=hij luistert niet, wat je ook doet!) (Hulsters (NL))
  29. dur mot leve in de brouwerij zijn (=er moet wat te doen zijn) (Oudenbosch)
  30. dûr wae éstae gebiëte (=wie heeft die wat aangedaan) (Bilzers)
  31. Dy' t aaien hat, kin doppen meitsje (=Wie geld heeft, kan wat doen.) (Fries)
  32. Dät kan net eender wat wéézn (=Dat kan van alles zijn) (Epers)
  33. e bitsje opzaaj, medammeke, of ich raaj oere soetjae aut (=maak wat meer plaats, mevrouw, anders ben je wat onderdelen kwijt) (Bilzers)
  34. e blind vêrke vènt ook wol ës een eekël (=je hoeft niet altijd slim te zijn, als je maar wat geluk hebt, lukt het ook wel eens) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. ë bumpkë opzèttë (=gezellig wat kletsen) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. e èèt d'r nen oeës geskoten (=hij heeft daar wat uitgespookt) (Meers)
  37. E eit do tiejen en tander geskoept (=Hij heeft daar vanalles wat gestolen) (Liedekerks)
  38. ê gê geljiuëf gê da nog (=ze maken je wat wijs) (Kaprijks)
  39. e goed piëd és zen haover wol wiëd (=een goede werkkracht mag wel wat kosten) (Bilzers)
  40. e goed vèrke frit al (=eet wat men je ook voorzet) (Munsterbilzen - Minsters)
  41. e muletrekker (=je weet nooit wat hij denkt) (Veurns)
  42. é schete in é netzak (=iets wat onterecht overdreven werd) (Langemarks)
  43. e taunsje leiger zinge (=wat nederiger zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  44. ë tauntsje leiger zinge (=wat minder uitpakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  45. e wiëdsje (mauge) plassiëre (=ook wat (mogen) zeggen) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. E'n vliegne kroaj é mièr as 'n zit'ne (=Een vliegende kraai vangt altijd wat) (Bambrugs)
  47. edde gij da wok, dan wul ik da wok (=wat jij hebt, dat wil ik ook hebben) (`t-Heikes)
  48. êdde krêike (=zin in wat op mijn bord ligt?) (Zottegems)
  49. edde wir onder d n draot deur gevrete? (=heb je weer iets gedaan wat niet mag?) (Oudenbosch)
  50. eder ‘t zien (=geef iedereen wat hem toekomt of wat hij wil) (Heitsers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen