vastmaken

werkw.
Uitspraak:  [ˈvɑstmakə(n)]
Vervoegingen:  maakte vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgemaakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zorgen dat iets vast zit
Voorbeeld:  `de kabel vastmaken aan de paal`
Antoniem:  losmaken
Synoniem:  bevestigen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan elkaar bevestigen aanleggen aanmeren afmeren bepalen bevestigen bevestiging binden ergens aan bevestigen fixeren knevelen knopen meren strikken tuigeren vastbinden vastleggen vastmeren vaststellen vastzetten verbinden verzekeren losmaken (antoniem)

5 definities op Encyclo
  1. 1> een vaartuig aan een ander vaartuig of een daarvoor geschikt object vastleggen. [Gerelateerde termen >]. 2> een sleepverbinding tot stand brengen.
  2. met een schip tegen een oever, meerpalen, een remmingwerk, steiger of langszij een ander schip ligplaats nemen en daaraan vastmaken.[Gerelateerde termen>]. Oorspronkelijk...
  3. [Belgisch Nederlands] sluiten (?)
  4. •wanneer je iets 'vastmaakt', dan zorg je ervoor dat het vastzit aan iets anders.
  5. 1) Aan elkaar hechten 2) Aanbinden 3) Aandraaien 4) Aandrukken 5) Aaneenrijgen 6) Aangespen 7) Aanhaken 8) Aanhechten 9) Aankleven 10) Aanknopen 11) Aankoppelen 12) Aankr...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `vastmaken`.