vastmaken

werkw.
Uitspraak:  [ˈvɑstmakə(n)]
Vervoegingen:  maakte vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgemaakt (volt.deelw.)

zorgen dat iets vast zit
Voorbeeld:  `de kabel vastmaken aan de paal`
Antoniem:  losmaken
Synoniem:  bevestigen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan elkaar bevestigen aanleggen aanmeren afmeren bepalen bevestigen bevestiging binden ergens aan bevestigen fixeren knevelen knopen meren strikken tuigeren vastbinden vastleggen vastmeren vaststellen vastzetten verbinden verzekeren losmaken (antoniem)

Taaladvies
Is dit juist: het te bevestigen plafond? Zie het te bevestigen plafond

4 definities op Encyclo
  • [Belgisch Nederlands] sluiten (?)
  • •wanneer je iets 'vastmaakt', dan zorg je ervoor dat het vastzit aan iets anders.
  • 1> een vaartuig aan een ander vaartuig of een daarvoor geschikt object vastleggen. [Gerelateerde termen >]. 2> een sleepverbinding tot stand brengen
  • 1) Aan elkaar hechten 2) Aanbinden 3) Aandraaien 4) Aandrukken 5) Aaneenrijgen 6) Aangespen 7) Aanhaken 8) Aanhechten 9) Aankleven 10) Aanknopen 11) Aankoppelen 12) Aankr...
  • Toon uitgebreidere definities