vastbinden

werkw.
Uitspraak:  [ˈvɑs(t)bɪndə(n)]
Vervoegingen:  bond vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgebonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

vastmaken met touw
Voorbeeld:  `De ontvoerders hadden hem vastgebonden aan een verwarmingsbuis.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanleggen aanmeren afmeren bevestigen binden boeien ketenen knevelen knopen meren sjorren strikken vastleggen vastmaken vastmeren vastsjorren vastzetten verbinden verzekeren

3 definities op Encyclo
  1. er zo omheen doen dat het vast zit vb: ze hebben zijn handen vastgebonden Synoniem: knopen
  2. •ketenen, bevestigen met veter of touw. (+audio)
  3. 1) Aan banden leggen 2) Aanbinden 3) Aaneenboeien 4) Aangorden 5) Aanleggen 6) Aanmeren 7) Aansjorren 8) Afmeren 9) Bevestigen 10) Binden 11) Boeien 12) Dansen 13) De vri...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `vastbinden`.