aanmeren

werkw.
Uitspraak:  ['anmerə(n)]
Vervoegingen:  meerde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangemeerd (volt.deelw.)

(een boot) vastleggen aan de wal
Voorbeeld:  `In Friesland kun je gratis aanmeren in de vrije natuur.`
Synoniem:  afmeren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanleggen afmeren meren vastbinden vastleggen vastmaken vastmeren

Taaladvies
  1. Wat is het best: `Het schip is aangemeerd` of `Het schip is afgemeerd`? Zie aanmeren / afmeren
  2. Schrijf je aanlegsteiger met ei of ij? Zie aanlegsteiger / aanlegstijger


4 definities op Encyclo
  • •(een schip) aanleggen
  • weinig gebruikte term voor aanleggen. Tegenwoordig door sommigen als taalkundig fout (contaminatie van aanleggen en afmeren) gezien. Vroeger was aanmeren echter het tegen...
  • Het vastleggen van je schip, strikt genomen een verkeerd woord; zie afmeren.
  • 1) Aan de kade leggen 2) Aanleggen 3) Afmeren 4) Een schip vastleggen 5) Meren 6) Scheepsterm 7) Vastbinden 8) Vastleggen 9) Vastmaken 10) Vastmeren
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    aanmeren