vastzetten

werkw.
Uitspraak:  ['vɑstsɛtə(n)]
Vervoegingen:  zette vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgezet (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) ervoor zorgen dat iets goed vast zit
Voorbeeld:  `een ladder eerst goed vastzetten voordat je erop klimt`
Synoniem:  blokkeren

2) (geld) op een spaarrekening zetten zodat je het een tijdje niet kunt gebruiken
Voorbeeld:  `je spaargeld vastzetten voor een lange periode en een hogere rente krijgen`

3) (bij schaken, dammen) een zet doen waardoor je tegenstander niet meer verder kan
Voorbeeld:  `je tegenstander vastzetten in een schaakspel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beleggen bevestigen ergens aan bevestigen in de cel zetten klem praten op spaarrekening vastzetten opsluiten vastbinden vastleggen vastmaken verbinden verzekeren

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Aanhangen 2) Aankoeken 3) Aannaaien 4) Aannagelen 5) Aanslaan 6) Afhechten 7) Beleggen 8) Bevestigen 9) Captiveren 10) Fixeren 11) Gevangennemen 12) In hechtenis nemen...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vastzetten` kennen.