afmeren

werkw.
Verbuigingen:  meerde af
Verbuigingen:  afgemeerd

, het vastleggen van een schip
Voorbeeld:  `Voordat we aan wal konden, moest de schipper zijn schip afmeren aan de kade.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aanleggen aanmeren meren vastbinden vastleggen vastmaken vastmeren

6 definities op Encyclo
  1. meren aanmeren aanleggen
  2. Def.: het degelijk bevestigen van de boot aan een steiger, kade of meerboei. Toelichting: `Meren' is niet juist.
  3. 1> oorspronkelijk: vertrekken. Zie toelichting bij meren. 2> tegenwoordig: een vaartuig tegen een oever, steiger, meerpalen, of langszij een stilliggend schip manoeuvrere...
  4. 1) Aanleggen 2) Aanleggen van schepen 3) Aanmeren 4) Een schip aanleggen 5) Meren 6) Tuien 7) Vastbinden 8) Vastleggen 9) Vastmaken 10) Vastmeren
  5. Het degelijk bevestigen van de boot aan een steiger, kade of meerboei. `Meren` is niet juist.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 85% van de Vlamingen het woord `afmeren`.