knevelen

werkw.
Uitspraak:  ['knevələ(n)]
Vervoegingen:  knevelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekneveld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand) vastbinden
Voorbeeld:  `Ze namen alle kostbaarheden mee en lieten de bewoner gekneveld achter.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
binden knechten knopen strikken vastbinden vastmaken

2 definities op Encyclo
  1. •binden, boeien, onderdrukken, de mond snoeren.
  2. 1) Aan banden leggen 2) Binden 3) Boeien 4) De vrijheid belemmeren van 5) In boeien slaan 6) In de boeien slaan 7) Knechten 8) Knijpen 9) Knopen 10) Met koorden binden 11...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knevelen (vastbinden met een knevel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `knevelen`.