knevelen

werkw.
Uitspraak:  ['knevələ(n)]
Vervoegingen:  knevelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekneveld (volt.deelw.)

(iemand) vastbinden
Voorbeeld:  `Ze namen alle kostbaarheden mee en lieten de bewoner gekneveld achter.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
binden knechten knopen strikken vastbinden vastmaken

2 definities op Encyclo
  • •binden, boeien, onderdrukken, de mond snoeren.
  • 1) Aan banden leggen 2) Binden 3) Boeien 4) In de boeien slaan 5) Knechten 6) Knijpen 7) Knopen 8) Met koorden binden 9) Onderdrukken 10) Onderwerpen 11) Strikken 12) Vas...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    knevelen (vastbinden met een knevel)