binden

werkw.
Uitspraak:  [ˈbɪndə(n)]
Vervoegingen:  bond (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebonden (volt.deelw.)

1) erom heen doen en vastmaken
Voorbeeld:  `een touw om een paal binden`

2) (vloeistof) dikker maken
Voorbeeld:  `gebonden sauzen en soepen`

3)
gebonden zijn aan  (beperkt zijn in je vrijheid door) `aan huis gebonden zijn door kleine kinderen`
zich niet willen binden  (geen verplichtingen ten gevolge van een relatie willen aangaan) `Ik vind je leuk, maar ik wil me niet binden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bevestigen boeien boekbinden bundelen inbinden ketenen kluisteren knevelen knopen strikken vastbinden vastleggen vastmaken losmaken (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Waar komt de uitdrukking de kat op het spek binden vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie De kat op het spek binden

17 definities op Encyclo
  • Het steviger (dikker) maken van een saus, soep of crème
  • Het dikker maken van een vloeistof d.m.v aardappelmeel, maizena, bloem , eieren, gelatine enz. https://www.kokswereld.nl/content-culinairwoordenboek.html
  • •vastmaken (evt. figuurlijk).
  • er omheen doen en vastmaken vb: hij bond het touw om de stapel kranten een gerecht dikker maken vb: ik bond de soep met bloem hem in zijn vrijheid beperken vb: mijn moede...
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal van kuipers, klompenmakers en kurkensnijders` 1914 ziet koppelmes.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met binden:
    bindend

    Deze woorden eindigen op binden:
    aanbindenaaneenbindenafbindenboekbindendichtbindendoorverbindenherbindeninbindenlosbindenombindenonderbindenontbindenopbindenvastbindenverbinden

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    binden (vastmaken)