fixeren

werkw.
Uitspraak:  [fɪk'serə(n)]
Vervoegingen:  fixeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefixeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zorgen dat iets of iemand onbeweeglijk vastzit of vast is
Voorbeelden:  `patiënten met banden fixeren als ze erg onrustig zijn`,
`de prijs van een product fixeren`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanstaren bepalen bevestigen met de ogen onuitwisbaar maken tuigeren vastmaken vaststellen

16 definities op Encyclo
  1. onbeweeglijk vastzetten vb: het gebroken been werd gefixeerd met gips strak aankijken vb: hij fixeerde mij met zijn ogen Synoniem: aanstaren met een stof behandelen waard...
  2. vastmaken: bij het schilderen van poederende muren deze eerst voorbehandelen met fixeer, om de ondergrond vast te zetten.
  3. Een materiaal of voorwerp verstevigen, verduurzamen of vastzetten. Categorie: Procédés en Technieken > stabiliseren.
  4. chemisch proces waarbij in ontwikkelde fotografische nog lichtgevoelige delen worden geneutraliseerd
  5. Letterlijk: vastzetten of vastmaken. Het vastzetten van een krul in de vorm waarin het haar is gewikkeld. “Vastleggen” van bijvoorbeeld een föhnkapsel. Fixeren vindt...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fixeren:
fixeren op

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fixeren (doen vastzitten; onuitwisbaar maken o.a. van een fotografisch beeld ; strak aankijken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `fixeren`.