spelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈspelə(n)]
Vervoegingen:  speelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gespeeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) bezig zijn met een spel of sport
Voorbeelden:  `met zand spelen`,
`De kinderen zaten lief te spelen.`,
`een spelletje schaak spelen`

2) muziek maken of uitvoeren, of dat kunnen doen
Voorbeelden:  `een pianosonate spelen`,
`De violist speelt vals.`,
`Ik speel hobo.`

3) (iemand) voorstellen op toneel of in een film, of een voorstelling maken
Voorbeelden:  `Zij speelt de gravin.`,
`de hoofdrol spelen`,
`in een film spelen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbieden acteren bespelen concerteren doen alsof dollen doornemen friemelen herhalen indienen nazeggen optreden performen plaatsvinden presenteren ravotten sollen toneelspelen vertonen voorstellen voorwenden zich aanstellen

Spreekwoorden en zegswijzen
• va banque spelen (=roekeloos spel spelen)
• stommetje spelen (=niets willen zeggen)
spelen om des keizers baard. (=spelen om de eer.)
• schampavie spelen (=zich heimelijk uit de voeten maken)
• poot-aan spelen (=hard doorwerken (om op tijd te zijn))
Toon alle 25 spreekwoorden die spelen bevatten

Taaladvies
Spellen / spelen: Wat is het meervoud van spel: spellen of spelen?

Intensiveringen
Hoe kun je spelen krachtiger uitdrukken?
de pannen van het dak spelen; de sterren van de hemel spelen; het dak eraf spelen;

7 definities op Encyclo
  1. Te gebruiken voor vormen van wedijverend spel, waarbij meestal een element van strategie een rol speelt, vooral om het spel van de tegenstander te beïnvloeden, al of...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik speelde, heb gespeeld), zich vermaken, verlustigen [inzonderheid] van kinderen); zich m...
  3. Let op: Spelling van 1914 Thans, nadat Suriname eeuwenlang heeft zien binnenvloeien menschen van velerlei landaard, bepalen welke kinderspelen zij hebben medegebracht en ...
  4. opvoeren of uitvoeren vb: deze acteur speelt in een toneelstuk er muziek mee maken vb: zij speelt gitaar in de maat spelen [je goed aan de maat houden]
  5. •recreatief of ontspannend bezig zijn. •muziek maken op een muziekinstrument.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spelen:
spelenderwijs

Deze woorden eindigen op spelen:
afspelenbalspelenbespelenbinnenspelencomputerspelendoorspelengokspelenhaspelenhoorspeleninspelenkaartspelenkansspelenkerspelenklaarspelenkwispelenlijnenspelenmeespelenmispelennaspelenverhaspelen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
spelen (zich vermaken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `spelen` kennen.