voorwenden

werkw.
Uitspraak:  ['vorwɛndə(n)]
Vervoegingen:  wendde voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft voorgewend (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

als echt voorstellen door te doen alsof of te liegen
Voorbeelden:  `Hij wendde voor dat hij gek was.`,
`Zijn baas dacht dat hij de ziekte voorwendde.`,
`Ze wendde voor dat ze dringend weg moest.`
Synoniemen:  veinzen, simuleren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedenken doen alsof fantaseren fingeren simuleren spelen toneelspelen uitdenken veinzen verdichten verzinnen voorgeven

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Bedenken 2) Beweren 3) Doen alsof 4) Fantaseren 5) Fingeren 6) Huichelen 7) Pretenderen 8) Pretexteren 9) Simuleren 10) Simuleren, veinzen 11) Spelen 12) Toneelspelen ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
voorwenden

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `voorwenden`.