I overspelen
werkw.
1) (bij teamsport) de bal aan medespelers toespelen | Voorbeeld: | `Voor jonge pupillen is overspelen het moeilijkste wat er is.` | |
2) opnieuw spelen | Voorbeeld: | `Foute beoordeling van de lijnrechter; de rally wordt overgespeeld.` | |
II overspelen
werkw.
| je hand overspelen | (door zelfoverschatting te veel risico nemen (en daarvan de negatieve gevolgen ondervinden)) `uit je ambt gezet worden omdat je je hand hebt overspeeld` |
Spreekwoorden en zegswijzen
• je handen
overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)• je hand
overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)Naar de spreekwoordenHerkomst volgens etymologiebank.nl
overspelenTaaladvies
Wat is juist:
promiscu gedrag of
promiscue gedrag?
Zie Promiscue / promiscuVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van overspelen?
De verleden tijd van overspelen is 'speelde over'. Het voltooid deelwoord is 'heeft overgespeeld'.
Wat betekent overspelen?
'(bij teamsport) de bal aan medespelers toespelen' en 'opnieuw spelen'
Hoe spel je overspelen?
overspelen spel je O V E R S P E L E N Op andere websites
Zoek overspelen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek overspelen op
Google
Zoek overspelen op
Woordenlijst.org
Zoek overspelen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek overspelen op
Wikipedia