bespelen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈspelə(n)]
Vervoegingen:  bespeelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bespeeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) muziek maken op (een instrument) muziek
Voorbeeld:  `het orgel bespelen`

2) optreden voor een publiek en ervoor zorgen dat het reageert zoals jij wilt
Voorbeeld:  `De acteur bespeelde de zaal op fenomenale wijze.`
mensen om je heen/je omgeving bespelen  (mensen manipuleren zodat ze precies doen wat je wilt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
spelen

4 definities op Encyclo
  1. er muziek mee maken vb: hij bespeelt de gitaar anderen laten doen en denken wat jij wilt vb: hij weet de mensen geweldig te bespelen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik bespeelde, heb bespeeld), spelen met, - op; eens bespeelde kaarten; eene viool -; het toone...
  3. • [ov] muziek maken op een muziekinstrument. • [ov] tot iets aanzetten.
  4. 1) Manipuleren 2) Naar zijn hand zetten 3) Spelen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `bespelen` kennen.