5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gees`
- de geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
- de geest is uit de fles (=dit is niet meer controleerbaar)
- hoe groter geest hoe groter beest (=wel verstandig, maar daarom niet goedhartig)
- kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
- na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
10 betekenissen bevatten `gees`
- de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
- hartzeer van iets hebben (=er geestelijk onder lijden)
- arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
- esprit de l escalier (=geestig idee dat te laat komt)
- kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
- met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
- na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
- de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)
- het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
- gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
32 dialectgezegden bevatten `gees`
- aste doë zen kleer mér nie gees on sjiëre (=als je daar maar niet bekaaid vanaf komt) (Bilzers)
- aste én goeje leemgrond te diep gees zaeë, kumpter niks van aut (=veel boter in de pan hebben, maar er niets van bakken) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste èn stront gees plojere, gees te stinke (=graaf nooit te diep, je zit zo in de put) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste gees vèsse moeste iës wiëte ofter wol vès zit (=je moet de klok niet willen luiden als je niet weet waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
- Aste hinne gees haate, moeste hunne stront terbij pakke (=Bij de lusten moet je ook de lasten nemen) (Bilzers)
- aste nie gees wërke, konste strak op zën kin kloppe (=wie niet werkt, niets eet) (Munsterbilzen - Minsters)
- aste viël énne stront gees riere, stinkter nog heller (=als je er over gaat discussiëren, wordt het nog erger) (Bilzers)
- daaj hèt den heilege gees op bezik gehad (=in verwachting en geen vent) (Munsterbilzen - Minsters)
- das een van den heilëge gees (=dat is een onwettig kind) (Munsterbilzen - Minsters)
- das een van den heilige gees (=haar vader is onbekend) (Munsterbilzen - Minsters)
- de gees gegaeve hübbe (=defect zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
- de gees mich nau toch nie opdraeë (=je wil me nu toch niets wijsmaken) (Munsterbilzen - Minsters)
- De gees mich nie temét rammele (=Hou me niet voor de gek) (Bilzers)
- de gees nog baeter mèt zën fëmiele waandële, dan tërmèt te haandële (=doe nooit zaken voor je familie) (Munsterbilzen - Minsters)
- de gees nog zinge as me geduld opgerok (=de kruik gaat zolang te water dat ze breekt) (Munsterbilzen - Minsters)
- de gees waol bij den dievel te biechte (=aan die moet je maar alles vertellen!) (Bilzers)
- De maustig naut autkleje vür daste gees sloëpe (=Geef nooit alles weg voor je sterft) (Bilzers)
- de moes nauts zën humme autdoen vërdaste sloëpe gees (=geef nooit alles weg voordat je dood zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
- de moes tich nie autdoen vër daste gees sloëpe (=als je nog niet op sterven ligt, moet je nog niet alles wegschenken) (Munsterbilzen - Minsters)
- de moes zën eege nie autdoen vurdaste noë bèd gees (=het is gevaarlijk veel weg te geven voordat je doodgaat) (Munsterbilzen - Minsters)
- den heilege gees ès lengs gewès (=ze is onverwacht zwanger) (Munsterbilzen - Minsters)
- dich gees nog ën goej sëgaar rooke (=jij gaat nog veel te horen / voelen krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doeë gees te geen dikke kieëtëls van sjijte (=daar zal je niet veel voordeel aan hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- doet tich nauts aut vür daste sloeëpe gees (=geef nooit alles weg voordat je dood bent) (Munsterbilzen - Minsters)
- gees du mörge mit? (=Ga je morgen mee?) (Limburgs)
- gees re vëndaog nog voert mèt zëne vulo (=je broek staat open) (Munsterbilzen - Minsters)
- gees te nau zënë baviao haage (=zwijg nu eens !) (Munsterbilzen - Minsters)
- ne redbull drinke vërdatste nooë ze werk gees smërgës en onderwaege opte ottostrade pas zien daste zënen oto vergaete hëbs èn zën gera (=toppunt van snelheid) (Munsterbilzen - Minsters)
- nie vergaete ze jéske aon te trékke vür daste de grot èn gees (=zet hem op voordat je eraan begint) (Munsterbilzen - Minsters)
- sset nau ech nichter gees bekieke : alcool los toch niks op (=Nuchter bekeken : alcohol lost niets op) (Bilzers)
- Weini gees tich nou trooë Volgend joor goensdig! (=Wanneer ga je nu trouwen - Volgend jaar woensdag!) (Genker)
- zoevël tëmei daste èn ët stinpètsje gees riere, zoevël temei ët geet stinke (=als je volhardt in de boosheid, betekent dat soms je ondergang) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen