Spreekwoorden met `gees`

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gees`

  1. de geest is gewillig maar het vlees is zwak. (=geef niet toe aan verboden verleidingen)
  2. de geest is uit de fles (=dit is niet meer controleerbaar)
  3. hoe groter geest hoe groter beest (=wel verstandig, maar daarom niet goedhartig)
  4. kijken alsof je een geest ziet (=verbaasd of geschrokken kijken.)
  5. na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)

10 betekenissen bevatten `gees`

  1. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  2. hartzeer van iets hebben (=er geestelijk onder lijden)
  3. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  4. esprit de l escalier (=geestig idee dat te laat komt)
  5. kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
  6. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  7. na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
  8. de tijd baart rozen (=ook de diepste (geestelijke) wonden helen na verloop van tijd)
  9. het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  10. gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)

32 dialectgezegden bevatten `gees`

  1. aste doë zen kleer mér nie gees on sjiëre (=als je daar maar niet bekaaid vanaf komt) (Bilzers)
  2. aste én goeje leemgrond te diep gees zaeë, kumpter niks van aut (=veel boter in de pan hebben, maar er niets van bakken) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. aste èn stront gees plojere, gees te stinke (=graaf nooit te diep, je zit zo in de put) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. aste gees vèsse moeste iës wiëte ofter wol vès zit (=je moet de klok niet willen luiden als je niet weet waar de klepel hangt) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. Aste hinne gees haate, moeste hunne stront terbij pakke (=Bij de lusten moet je ook de lasten nemen) (Bilzers)
  6. aste nie gees wërke, konste strak op zën kin kloppe (=wie niet werkt, niets eet) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. aste viël énne stront gees riere, stinkter nog heller (=als je er over gaat discussiëren, wordt het nog erger) (Bilzers)
  8. daaj hèt den heilege gees op bezik gehad (=in verwachting en geen vent) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. das een van den heilëge gees (=dat is een onwettig kind) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. das een van den heilige gees (=haar vader is onbekend) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. de gees gegaeve hübbe (=defect zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. de gees mich nau toch nie opdraeë (=je wil me nu toch niets wijsmaken) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. De gees mich nie temét rammele (=Hou me niet voor de gek) (Bilzers)
  14. de gees nog baeter mèt zën fëmiele waandële, dan tërmèt te haandële (=doe nooit zaken voor je familie) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. de gees nog zinge as me geduld opgerok (=de kruik gaat zolang te water dat ze breekt) (Munsterbilzen - Minsters)
  16. de gees waol bij den dievel te biechte (=aan die moet je maar alles vertellen!) (Bilzers)
  17. De maustig naut autkleje vür daste gees sloëpe (=Geef nooit alles weg voor je sterft) (Bilzers)
  18. de moes nauts zën humme autdoen vërdaste sloëpe gees (=geef nooit alles weg voordat je dood zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. de moes tich nie autdoen vër daste gees sloëpe (=als je nog niet op sterven ligt, moet je nog niet alles wegschenken) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. de moes zën eege nie autdoen vurdaste noë bèd gees (=het is gevaarlijk veel weg te geven voordat je doodgaat) (Munsterbilzen - Minsters)
  21. den heilege gees ès lengs gewès (=ze is onverwacht zwanger) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. dich gees nog ën goej sëgaar rooke (=jij gaat nog veel te horen / voelen krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. doeë gees te geen dikke kieëtëls van sjijte (=daar zal je niet veel voordeel aan hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. doet tich nauts aut vür daste sloeëpe gees (=geef nooit alles weg voordat je dood bent) (Munsterbilzen - Minsters)
  25. gees du mörge mit? (=Ga je morgen mee?) (Limburgs)
  26. gees re vëndaog nog voert mèt zëne vulo (=je broek staat open) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. gees te nau zënë baviao haage (=zwijg nu eens !) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. ne redbull drinke vërdatste nooë ze werk gees smërgës en onderwaege opte ottostrade pas zien daste zënen oto vergaete hëbs èn zën gera (=toppunt van snelheid) (Munsterbilzen - Minsters)
  29. nie vergaete ze jéske aon te trékke vür daste de grot èn gees (=zet hem op voordat je eraan begint) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. sset nau ech nichter gees bekieke : alcool los toch niks op (=Nuchter bekeken : alcohol lost niets op) (Bilzers)
  31. Weini gees tich nou trooë Volgend joor goensdig! (=Wanneer ga je nu trouwen - Volgend jaar woensdag!) (Genker)
  32. zoevël tëmei daste èn ët stinpètsje gees riere, zoevël temei ët geet stinke (=als je volhardt in de boosheid, betekent dat soms je ondergang) (Munsterbilzen - Minsters)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen