215 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TR`
- van sTReek raken (=erg in de war door iets geraken)
- vasthouden aan een sTRootje (=blijven hopen op een kleine kans.)
- verTRouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
- voor iemand in het krijt TReden (=iemand helpen en verdedigen)
- waar het hart vol van is, loopt/vloeit/sTRoomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
- weten waar PeTRus de sleutel had (=op de hoogte zijn van wat niet iedereen weet)
- wie de schoen past TRekke hem aan (=wie schuldig is mag zich aangesproken voelen)
- witte paarden hebben veel sTRo nodig (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
- ze TRekken om het langst (=ze willen beide winnen)
- zo de waard is verTRouwt hij zijn gasten (=men ziet de anderen zoals men zichzelf ziet)
- zo fijn als gemalen poppensTRont (=zeer streng rechtzinnig)
- zo oud als de sTRaat. (=erg oud.)
- zo zijn we niet geTRouwd (=op die manier iets niet afgesproken hebben)
- zonder sTRijd, geen overwinning (=na grote inspanning wordt succes pas bereikt)
- zout in de wond sTRooien (=iemands leed verergeren)
279 betekenissen bevatten `TR`
- met een kanon op een mug schieten (=ophef maken om niks / overdreven zware maaTRegelen nemen)
- lekker is maar één vinger lang (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een beTRekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
- de zeilen hijsen (=opstaan, verTRekken)
- de regels met voeten treden (=overTReden, voorschriften niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan)
- als het kalf verdronken is dempt men de put (=pas als het te laat is, neemt men maaTRegelen)
- om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan verTRouwen)
- in het schot vallen (=precies tijdens het startschot verTRekken)
- aan de lus hangen (=recht blijven staan in TRam of bus)
- aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te TRots is op iets)
- met los kruit schieten (=schijnbaar sTReng sTRaffen met een sTRaf die in feite geen nadeel oplevert)
- als een pijl uit de boog (zijn) (=snel verTRekken)
- als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren inTRappen)
- huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen verTRouwen)
- een muurbloempje zijn (=stil en teruggeTRokken zijn)
- zo arm als de mieren (=sTRaatarm)
- zo arm als een kerkmuis/kerkrat (=sTRaatarm)
- iemand de pen op de neus zetten (=sTReng ondervragen of aanpakken)
- op de vingers zien (=sTReng op iemand opletten)
- strak houden (=sTReng opvolgen - weinig toelaten)
- de lijn/teugels aanhalen (=sTRenger worden)
- contra rationem (=sTRijdig met de rede)
- er in stinken (=te grazen genomen worden, er in TRappen)
- je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=te veel haast kan wel eens verTRaging opleveren)
- als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de sTRijd)
- het harnas aantrekken (=ten sTRijde TRekken)
- je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; sTReng zijn)
- het hoofd breken over iets (=TRachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
- koffiedik kijken (=TRachten het onbekende te kennen (de toekomst))
- je voelhorens uitsteken (=TRachten te achterhalen)
- prijs de dag niet vóór de avond (=TRek geen voorbarige conclusies en juich niet te vroeg)
- het hoofd laten hangen (=TReurig zijn - het opgeven)
- op verhaal komen (=uiTRusten en op krachten komen)
- je netten drogen (=uiTRusten na dronkenschap)
- je kap over de haag hangen (=uitTReden uit klooster of priesterschap)
- trillen als een juffershondje (=van angst TRillen)
- voor de mast gediend hebben (=van gewone maTRoos opgeklommen zijn tot officier)
- van zijn veren laten (=van zijn eer kwijTRaken)
- aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten TReden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te regisTReren door kerfjes in een stok te snijden))
- over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchische of adminisTRatieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
- door de spitsroeden lopen. (=veel kritiek krijgen, gesTRaft worden)
- honger als een paard hebben (=veel TRek in eten hebben.)
- aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verloofd of geTRouwd te zijn)
- in de fuik zijn (=verloofd of geTRouwd)
- de aftocht blazen (=verTRekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt)
- het veld ruimen (=verTRekken om plaats te maken voor een ander)
- met stille trom vertrekken (=verTRekken zonder iemand het te laten weten)
- je matten oprollen (=verTRekken, weggaan)
- laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aanTRekken)
- om de dooie dood niet (=volsTRekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen