Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lief`

  1. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  2. daar helpt geen lievemoederen/moedertjelief aan. (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  3. de liefde kan niet van één kant komen. (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  4. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  5. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  6. lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
  7. liefde is blind. (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  8. liefhebben als de appel van zijn oog (=erg veel van iemand houden)
  9. met de mantel der liefde bedekken (=verbergen, niet kenbaar maken)
  10. met de mantel van de liefde bedekken (=verbergen, niet kenbaar maken)
  11. ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
  12. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  13. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  14. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  15. voor lief nemen (=aanvaarden)

15 betekenissen bevatten `lief`

  1. een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
  2. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  3. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  4. het beste paard van stal zijn (=de geliefste en beste zijn in een gezelschap)
  5. zijn huiswerk maken (=de liefde bedrijven)
  6. verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
  7. liefde is blind. (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  8. een gouden hart hebben. (=heel aardig/lief zijn.)
  9. iemand wel achter het behang kunnen plakken. (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben.)
  10. een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  11. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  12. een roze bril op hebben. (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien.)
  13. vlinders in zijn buik hebben (=verliefd zijn)
  14. ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
  15. het is Joris en Trijn (=ze wisselen ruzie en grote liefde voortdurend af)

Het dialectenwoordenboek kent 86 spreekwoorden met `lief`

  1. Mestreechs: leefde, leefs, mien leef (=liefde, liefs, mijn lief)
  2. Fries: koezje, oanhelje (=liefkozen)
  3. Munsterbilzen - Minsters: mene maog ès mene bèste kammeraod (=eten is mijn liefhebberij)
  4. West-vlaams: mien retje (=mijn liefste)
  5. Westerkwartiers: liefde mokt blind (=geen slechte dingen van je liefje zien)
  6. Aalsters: molle (=lief meisje)
  7. Heusdens: tisaaf me`me lief (=het is uit met de liefde)
  8. Weerts: Dich bes mien snoebelke (=Je bent mijn liefje)
  9. Middelnederlands: sit neder, troost (=ga zitten, liefje)
  10. Weerts: Dich bes mien röngelke (=Je bent mijn liefje)
  11. eindhovens: wa isse lief he (=zij is lief)
  12. Westerkwartiers: hij zit 't liefst op 't nust (=hij is het liefst lekker thuis)
  13. Westfries: wie vroit die sloit, maar wie vroit mit zin die groeit 'r teugenin (=gezegd over liefdesleven)
  14. Limburgs: ik vind je lief (=ik vind je lief)
  15. Munsterbilzen - Minsters: van stroeët geraoke (=aan een lief komen)
  16. Denderleeuws: Ne skeir doen (=Een lief opdoen)
  17. Westerkwartiers: hij vecht veur liefsbehold (=hij vecht om zijn gezicht niet te verliezen)
  18. West-Vlaams: Zin lief es achter brood (=Het is uit met zijn lief)
  19. Gents: zijn lief weunt in Wachtebeke (=iemand die aan geen lief geraakt)
  20. West-Vlaams: In kennisse zin (=Een lief hebben)
  21. Brakels: poepn (=de liefde bedrijven)
  22. Munsterbilzen - Minsters: verliefdigh (=liefde is blind)
  23. leuvens: Ne goeie scheir doen (=Een goed lief vinden)
  24. Munsterbilzen - Minsters: das aordeg van dich (=dat is lief van je)
  25. Amsterdams: M 'n lief (=Mijn geliefde)
  26. Vilvoords: 'k heb ne scheer gedoon (=Ik heb een lief gevonden)
  27. Arendonks: hai stah doar scheuwen te schildereh (=hij wacht op zijn lief)
  28. Lebbeeks: bedde: Dad oët 't bedde klapt, es 't moeg (=Wie te vaak over zijn liefdesleven praat, is het beu)
  29. Bilzers: liefde mok e smaol bed heil get brédder (=liefde maakt alles ruimer)
  30. Westerkwartiers: die eet'n moek d'oorn van 'e kop (=die eten meer dan moeder lief is)
  31. Deinzes: stuipt'ui, tes uure! (=gaan we de liefde bedrijven?)
  32. werviks: eu stik spelen (=de liefde bedrijven)
  33. Munsterbilzen - Minsters: de liefde van de man geet dër de maog (=geen grotere liefde dan liefde voor lekker eten en drinken)
  34. Munsterbilzen - Minsters: t vieër werm haate (=de liefde brandend houden)
  35. Sint-Niklaas: e lief boeleke (=een lieve baby)
  36. Dilbeeks: Van aen tien geve (=De liefde bedrijven)
  37. Waregems: mee ene in 't skès zitt'n (=met een lief ruzie hebben)
  38. Bilzers: liefde és geen zikte, mér asset hübs moesset goed verzürge (=liefde is zeker geen ziekte)
  39. Waregems: krijgde een poanie brouwk (=als je iemand aan een lief helpt...)
  40. Brugs: un diltekoatere (=gast altijd op toer met een ander lief)
  41. Munsterbilzen - Minsters: men aa vlam deed zoe zjenèttereg (=mijn oud lief doet zo verwijfd)
  42. Bilzers: liefde mok e smaol béd heil get brédder (=liefde maakt alles veel ruimer)
  43. Munsterbilzen - Minsters: echte liefde ès zen aonhaag(ster) bedriege mèt zene eege vroo (=echte liefde bestaat !)
  44. Steins: geine vaam aan zien lief (=helemaal bloot)
  45. Munsterbilzen - Minsters: de verlies baeter zene kop dan zen hat (=liefde kent geen rede)
  46. Munsterbilzen - Minsters: méér dan je lief is (=tot iëver zen aure)
  47. Achterhoeks: dat hef weinig um't lief (=dat heeft niet veel te betekenen)
  48. Deinzes: goan we em nie keer beilaoten (=gaan we de liefde bedrijven)
  49. Bilzers: zoe din as de liefde (=flinterdun)
  50. Munsterbilzen - Minsters: men lief kènder ! (=jongens toch !)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen