Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `warm`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan. (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)
  2. als een warm mes door de boter. (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat.)
  3. als warme/hete broodjes over de toonbank gaan. (=zeer goed verkopen)
  4. die het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het best. (=als je ergens vlak bij bent heb je daar vaak meer voordeel van dan wanneer dat niet het geval is)
  5. er warmpjes bij zitten (=veel geld hebben)
  6. er warmpjes bijzitten (=over ruime financiële middelen beschikken)
  7. gapen als een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  8. het iemand warm maken (=iemand in moeilijkheden brengen)
  9. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  10. iemand een warm hart toedragen (=iemand steunen.)
  11. iemand ergens voor warm maken (=iemand interesse voor iets opwekken)
  12. iemand warm maken (=iemands interesse opwekken)
  13. schenking met de warme hand (=schenken terwijl men nog leeft (erfenissen))
  14. scoren alsof het warme broodjes zijn (=scoren alsof het helemaal niets is)
  15. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest. (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan.)

Het dialectenwoordenboek kent 31 spreekwoorden met `warm`

  1. Weerts: ze haaje wat aan de veut (=er warmpjes bij zitten)
  2. Munsterbilzen - Minsters: kaa haan, werm liefde (=warmte zit van binnen)
  3. Katwijks: het komt van warmond (=het eten is heet)
  4. Noorderkempisch: men eten is just van sloek (=men eten is juist van warmte)
  5. Waregems: zjuust verpasse (=de juiste maat, lengte, warmte, kruiding enz.)
  6. brabants: de heit hangt binne (=de warmte hangt binnen)
  7. Waregems: ik gloeie lijnk 'n kole vier (=ik gloei door de warmte)
  8. Giesbaargs: de zonne geeft (=heel warm in de zon)
  9. Westfries: Loeker weertje niet (=Het is warm en broeierig)
  10. Loksbergs: hot oech werm (=houd u warm)
  11. Bilzers: tés haaj zjus ne bakoëve (=hier is het nogal warm)
  12. Temse: tis doef (=het is drukkend warm)
  13. Bilzers: tés haaj zjus ne bakoëve (=wat is het hier toch warm)
  14. Munsterbilzen - Minsters: t ès haaj zjus ne briebak (=wat is het hier warm !)
  15. Twents: Ie hept het goot dooi hier (=Het is hier warm)
  16. Zuid-west-vlaams: gloei'n link een koole vier (=koortsig warm hebben)
  17. Temse: tis douf (=het is drukkend warm)
  18. Kortemarks: jeet e verlottn keelegat (=hij kan zeer warm voedsel verorberen)
  19. Mestreechs: De mösje valle vaan 't daak (=Het is ontzettend warm)
  20. Eesjdens: De musje valle van ut doak. (=De mussen vallen van het dak ( het is heel warm ))
  21. Oudenbosch: ut is wir zo eet datt de musse vant dak valle (=het is weer heel erg warm vandaag)
  22. Sint-Niklaas: vree feel, vree fuil, vree weirm... (=heel veel, heel vuil, heel warm...)
  23. Munsterbilzen - Minsters: tès haaj zjus ne bakoëve (=het is hier zo warm als in een sauna)
  24. Rotterdams: De reuzel loopt m'n reet uit (=Ik heb het warm)
  25. Lichtervelds: stookn dat de duuvels in en uut kruupn (=het goed warm maken)
  26. Gronings: tis ja veul te hait, tis nait kold vandoag (=Het is erg warm vandaag.)
  27. Merenaars: me ligtmis ester gi vrouke zu eirm of ze mokt er penneke weirm (=met licht is is er geen vrouwtje zo qrm of ze maakt haar pannetje warm)
  28. Bilzers: foj 't ès wêrm, 't ès vér flaa te valle van de hits (=het is drukkend warm)
  29. Rotterdams: die is warm te hard neer gezet (=klein persoon)
  30. Wichels: Der ês gieë vrâke zu eirm of ze makt eur penneke weirem (=Er is geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneke warm)
  31. Zelzaats: Temberken (=Oplossing van aardappelbloem in warm water om vleesjus mee aan te dikken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen