Spreekwoorden met `mi`

Zoek


117 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `mi`

  1. familie van Adamswege. (=verre familie.)
  2. geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
  3. geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
  4. geen middel onbeproefd laten (=alles proberen om een doel te bereiken.)
  5. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  6. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  7. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  8. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  9. het grootste mirakel duurt maar drie dagen. (=mensen vergeten snel)
  10. het is kermis in de hel (=het regent terwijl de zon schijnt)
  11. het is niet altijd kermis. (=je kunt niet altijd feestvieren.)
  12. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  13. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me totaal niet)
  14. het maar in het midden laten (=niet argumenteren)
  15. het middel is erger dan de kwaal (=de oplossing veroorzaakt nog meer schade)
  16. het mijn en het dijn (=het mijne en het uwe)
  17. het verschil tussen mijn en dijn niet kennen (=stelen)
  18. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  19. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
  20. hoeren en dieven, met geld zijn zij mijn gelieven (=met geld krijg je vrienden)
  21. homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf) (Latijn)
  22. iesus hominum salvator (=jezus de redder der mensheid)
  23. in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
  24. in der minne schikken (=zonder verder geruzie bijleggen)
  25. in extremis (=op het nippertje) (Latijn)
  26. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  27. in nomine dei (=in de naam van God) (Latijn)
  28. in Rome geweest zijn, maar de Paus gemist hebben (=het belangrijkste laten schieten)
  29. je kunt van mij de pot op (=je doet maar waar je zin in hebt)
  30. katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  31. kies het minste van twee kwaden (=als er enkel slechte oplossingen zijn, kiest men de minst slechte)
  32. kunnen missen als kiespijn (=veel liever niet hebben)
  33. lapsus calami (=schrijffout) (Latijn)
  34. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  35. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  36. liever te dik in de kist dan een feestje gemist (=plezier hebben is belangrijker dan lang leven)
  37. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  38. met mist gaat de vorst in de kist (=na mist gaat het vaak dooien)
  39. met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen (=nooit (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs))
  40. meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten)
  41. mij een zorg (=wat kan mij het schelen!)
  42. mijl op zeven zijn (=een grote omweg zijn)
  43. mijn hoofd staat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)
  44. mijn maag jeukt (=ik heb honger)
  45. mijn naam is haas (=ik weet nergens van en wil er niks mee te maken hebben!)
  46. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  47. mijn vingers jeuken (=ik heb zin om eraan te beginnen)
  48. mindere goden (=de wat minder sterke of slimme)
  49. mist heeft vorst in de kist. (=na mist gaat het vaak vriezen.)
  50. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)

272 betekenissen bevatten `mi`

  1. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  2. aan de hand van (=door middel van)
  3. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  4. met vallen en opstaan (leren) (=door mislukkingen leren)
  5. zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrichten)
  6. een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
  7. een te grote broek aantrekken (=een doel stellen waarvoor je niet de benodigde middelen hebt)
  8. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  9. achter het net vissen (=een kans missen)
  10. een tukje doen (=een kort middagslaapje)
  11. de teugels laten vieren (=een minder streng beleid voeren)
  12. een bodem in de markt leggen (=een minimumprijs vastleggen)
  13. een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
  14. conditio sine qua non (=een onvermijdelijke voorwaarde)
  15. de vierschaar spannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
  16. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  17. een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
  18. donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft geen mislukking te zijn)
  19. een wig drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  20. een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  21. een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  22. met de billen bloot (=eerlijk en open zijn over fouten of tekortkomingen.)
  23. recht in zijn schoenen lopen/staan (=eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
  24. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  25. het hemd is nader dan de rok (=eigen familie gaat voor)
  26. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
  27. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  28. er is klei aan de kloet/knikker (=er is iets mis)
  29. de dood of de gladiolen (=er vol voor gaan, zonder compromissen.)
  30. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  31. er is onkruid onder de tarwe (=er zijn minderwaardige goederen (of personen) tussen de betere)
  32. iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
  33. je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
  34. het zinkende schip verlaten (=ervandoor gaan als de zaak misgaat)
  35. er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  36. in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
  37. een vrouw zonder man is als een vis zonder fiets (=feministische uitspraak)
  38. geef, zodat je gevende blijft (=geef niet meer dan dat je kunt missen.)
  39. kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zichzelf)
  40. arbeider in de wijngaard des heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  41. door de bank genomen (=gemiddeld; meestal; gewoonlijk)
  42. men wordt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
  43. je zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
  44. gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
  45. zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet)
  46. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  47. binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
  48. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
  49. wie wat bewaart, die heeft wat (=het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn)
  50. het loopt in`t honderd (=het gaat helemaal mis)

50 dialectgezegden bevatten `mi`

  1. ke kun'ik gin pap mi zeggn (=genoeg gegeten hebben) (Iepers)
  2. kleeën mi e laptje (=gemakkelijk mooi te kleden zijn) (Veurns)
  3. knien'n om asfalt mi open te raun (=dikke knieën hebben) (Meers)
  4. kumt altijd és jan mi z'n eksters, (=komt altijd te laat) (Ossies)
  5. mè wa gojje betoëlen, mi bierskijfkes (=iets nietkunnen betalen) (Meers)
  6. mee aal de chineezn (mar nie mi dendeezn) (=aan mijn llijf geen polonaise) (Wichels)
  7. Merrege gok weier mi heimpoal teure (=Morgen ga ik verder met de omheining) (Brabants)
  8. mi 't bistj'n zitten (=een kater hebben) (Meers)
  9. mi ann'n en voet'n gebonne zijn (=geen kant opkunnen) (Meers)
  10. mi annen en voeten uitleggen (=nadrukkelijk uitleggen) (Meers)
  11. mi auken en uëgen oniën angen (=met haken en ogen aaneen hangen) (Meers)
  12. mi de Korst (=met de Kerst) (Boakels)
  13. mi de krommen êrm ankomme (=op (b.v. kraam-) bezoek komen met een presentje) (Boakels)
  14. mi de poepers zitt'n (=schrik hebben) (Meers)
  15. mi de poepers zitten (=ergens schrik van hebben) (Meers)
  16. mi den dapperen zitten (=Diarree hebben) (Bevers)
  17. mi dubbel krijt skrijven (=teveel aanrekenen) (Meers)
  18. mi è fersjette sjchriev'n (=teveel aanrekenen) (Veurns)
  19. mi een au in zè gat zitten (=bang zijn) (Meers)
  20. mi een bitjen tegelèek (=stap voor stap) (Wichels)
  21. mi een stuk in zèen frak / vest / kraug / botten / zèene zjielee (=dronken) (Wichels)
  22. mi en ei op zitn (=bang zijn) (Veurns)
  23. mi enne wortel makte gin petozzi (=In je eentje kun je geen feest vieren) (Udens)
  24. mi ew gat in de bo-er valleh (=geluk hebben) (Arendonks)
  25. mi gaddo (=mijn god) (Amsterdamse straattaal)
  26. mi geld kop je goeëd (=met geld verwerf wat je wenst) (Veurns)
  27. mi gieël aun bataklang / santeboetiek / au pottekarree (=met al je spullen/huisraad) (Wichels)
  28. mi ieënen oeënaugen (=een relatie hebben) (Meers)
  29. mi kliek'n en klakk'n buten vliegen (=Met hebben en houwen naar buiten vliegen) (Veurns)
  30. mi kort en mot opeten (=helemaal, volledig opeten) (Meers)
  31. mi krot en mot (=helemaal) (Meers)
  32. mi krot en mot (=helemaal, alles) (Meers)
  33. mi lange tannen eten (=eten zonder eetlust) (Meers)
  34. mi Liechtmes est er gieë vrâke zu aerm of ze makt eur penneke waerm (=Met Lichtmis is er geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneke warm) (Wichels)
  35. mi pak en zak (=met heel de inboedel) (Poperings)
  36. mi pèen in 't ert, mi ertziër (=met pijn in het hart) (Wichels)
  37. mi toe beurze (=met gesloten beurzen) (Boakels)
  38. mi tram elve (=te voet) (Veurns)
  39. mi tram elve rieën (=te voet gaan) (Veurns)
  40. mi ze gat in de butter voll'n (=Veel geluk hebben) (Veurns)
  41. mi ze pekkels omooge lign (=gestorven zijn) (Veurns)
  42. mi zèen klieken en zèen klakken / mi krot en mot (=helemaal, totaal (over personen)) (Wichels)
  43. mi zèn broek vol goestink (=zin in seks , wordt meestal gezegd van mannen) (Meers)
  44. mi zen klikken en klakken dereut smijten (=met hebben en houden buitenzetten) (Meers)
  45. mieaakaawouaamiekaaoepdemetaamiekaa (=mie had kou waar had mi kou op de markt had mie kou) (Bornems)
  46. mo thoop' ang'n mi aak'n en oog'n (=niet goed ineenzitten) (Veurns)
  47. nau en ten, alle moanschèen'n, alf van 'n tèed, baetèen, mi bott'n (=af en toe) (Wichels)
  48. nen troeten mi lochtinkvoeten en zèn smoel vol sproeten (=een dommerik) (Meers)
  49. Niks mis mi (=Als het goed is) (brabants)
  50. Oedt de zot mi je mette! (=Spot met een ander!) (Veurns)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen