Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `meten`

  1. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  2. iets breed uitmeten (=uitvoerig (overdreven) over iets praten)
  3. met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  4. met de ogen meten (=schatten)
  5. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak)
  6. met twee maten meten (=niet voor alles of iedereen even streng zijn)
  7. meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten)
  8. zich met iemand meten (=met iemand wedijveren)

Eén betekenis bevat `meten`

  1. meten is weten, gissen is missen (=je kunt beter afmetingen meten dan schatten)

Het dialectenwoordenboek kent 5 spreekwoorden met `meten`

  1. Westerkwartiers: meet'n is wiet'n, giss'n is miss'n (=niet gokken maar meten)
  2. Bilzers: de kors pakke (=de koorts meten)
  3. Westerkwartiers: meet'n is weet'n, en gizz'n is mizz'n (=goed meten is belangrijk)
  4. Kortemarks: zne puls pakkn (=zijn hartslag meten)
  5. Westerkwartiers: 't is paaz'n en meet'n (=passen - het passen en meten)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen