schieten

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxitə(n)]
Vervoegingen:  schoot (verl.tijd ) Toon alle vervoegingen

1) een vuurwapen of boog gebruiken
Voorbeelden:  `doodschieten`,
`schieten op alles wat beweegt`
om op te schieten  (erg lelijk) `De moeder van de bruid droeg een jurk om op te schieten.`
iemand wel kunnen schieten  (een grote hekel aan iemand hebben)

2) (een bal) werpen, slaan of schoppen sport
Voorbeeld:  `direct op het doel schieten`

3) snel bewegen
Voorbeeld:  `plotseling de weg over schieten`
iemand laten schieten  (iemand (uit je leven) laten verdwijnen, zonder moeite te doen hem of haar tegen te houden)
Het schoot me net op tijd te binnen.  (ik dacht er juist op tijd aan)
te hulp schieten  (haasten om iemand te assisteren) Synoniem: te hulp snellen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afschieten afvuren bloeien gaan knallen opschrikken opwellen raken rennen schoten lossen slaan trappen vuren

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich voor de kop schieten (=inzien dat men een grote stommiteit gedaan heeft - zelfmoord plegen)
• zich in de eigen voet schieten (=zichzelf benadelen.)
• wel kunnen schieten (=zich bijzonderen ergeren)
• voor zijn raap schieten (=voor het hoofd schieten)
• uit zijn slof schieten (=erg boos worden, erg actief worden)
Toon alle 19 spreekwoorden die schieten bevatten

Taaladvies
Te kort schieten / tekortschieten: Is het Hij schiet te kort of Hij schiet tekort?

11 definities op Encyclo
  1. Het gaan bloeien van planten die vegetatief behoren te blijven.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik schoot, heb of ben geschoten), snel zich ergens heen bewegen of bewogen worden; dring...
  3. met zilveren kogel -; gezegd van een zondagsjager, die wild (voor zilveren duiten) koopt, als hij niets geschoten heeft
  4. Uit `De lagere vaktalen: De molenaarstaal` 1914 verschuiven, verschokken bij 't draaien des molen ('t wordt van den pestel gezeid, wanneer hij niet wel vast en zit in ass...
  5. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 d' hop schiet vol vuil: er komt veel onkruid tusschen de hop.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op schieten:
afschietenbeschietenboogschietendoodschietenerbij inschieteninschietenlosschietenneerschietenkleiduifschietenkleiduivenschietenontschietenopschietentoeschietenkoningschietenpapegaaischietenvogelschietenmisschietenklootschietenkuitschietendoorschieten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schieten (een projectiel afvuren, zich snel verplaatsen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schieten` kennen.